Alle 99 projecten in de database :
Tentoonstelling Drechtstad 2050
-
2011 | Tentoonstelling Drechtstad 2050Knopen van DordrechtDordrecht
-
Tentoonstelling Drechtstad 2050 18 februari t/m 26 maart, CBK Dordrecht, Voorstraat 180 Stichting de Stad en Centrum Beeldende Kunst Dordrecht presenteren zes ontwerpen voor knooppunten in de netwerkstad naar aanleiding van het ontwerpend onderzoek: Ontwikkelingspotenties knopen in de Drechtsteden. Hoe zou zo'n knoop er in 2050 uit kunnen zien? De tentoonstelling wordt op vrijdag 18 februari om 17.00 uur geopend door Piet Sleeking, wethouder Ruimtelijke Ordening in Dordrecht en medebestuurder van de Drechtsteden. Voorafgaand aan de opening vindt er een symposium plaats dat ingaat op het onderzoek. VenhoevenCS en DS Landschapsarchitecten zijn geselecteerd voor onderzoek knooppuntontwikkeling Drechtsteden: Stichting DE STAD heeft VenhoevenCS en DS Landschapsarchitecten opdracht verleend om het planconcept Biesbosch Centraal Station uit te werken tot een ontwerp. Zes teams hebben opdracht gekregen om hun planconcept voor een van de acht knopen in de regio Drechtsteden uit te werken. De ontwerpen dienen als inspiratiebron en ijkpunt voor toekomstige plannenmakers, die zich bezig gaan houden met de betreffende locaties. Tevens vormen de ontwerpen een aanzet voor de ontwikkeling van een lange termijn visie op de ontwikkeling van de Drechtsteden. Op internationale schaal vormen Dordrecht en de Biesbosch bijzondere schakels in een interstedelijk netwerk. Het knooppunt Groene Zoom kan worden beschouwd als een stedelijke transferplek en voorportaal van de Biesbosch. Door de aanwezige groene zones verder te ontwikkelen als krekenlandschap met recreatieve- en welzijnsvoorzieningen en dit te ontsluiten vanuit het stedelijke knooppunt, waarin een stadion, een station, woningen en voorzieningen als een bioscoop, hotel en wellness zijn opgenomen, ontstaat een krachtige confrontatie tussen een compact stedelijk element en de uitlopers van een natuurgebied met internationale allure: de Biesbosch. Uit het juryrapport: de selectiecommissie is getroffen door de gedurfde stellingname, waarin de stad stedelijker wordt en de natuur gelegenheid krijgt door te dringen via huidige groene zones tot diep in de stad, zonder dat er sprake is van wederzijdse aantasting. Het knooppunt vormt zo de hoofdtoegang van het nationaal landschapspark de Biesbosch en vormt bovendien een belangrijke schakel in een bovenregionaal netwerk. Bij de uitwerking van het planconcept zal de aandacht uitgaan naar de verbindingen binnen de regio Drechtsteden en de wijze waarop het water als belangrijk element in de landschappelijke inrichting beheersbaar en bruikbaar wordt gemaakt, alsook de programmatische uitwerking van de verstedelijkingszone. De uitkomsten van het onderzoeksvoorstel dragen bij aan de ontwikkeling van een toekomstvisie voor de regio en het denken over de netwerkstad in het algemeen. Met dank aan Stimuleringsfonds voor Architectuur, regio Drechtsteden en Stichting DE STAD.
-
(meer)

A2-Park
-
2010 | A2-ParkontwerpUtrecht 52°05'30”N 05°04'16”E
-
Het A2-park, afronding VO-proces Lokatie Het A2-park is gelegen in Leidsche Rijn, aan de voet van het Leidsche Rijn Centrum. Het park ligt grotendeels op het dak van de A2-tunnel. Het park ligt 9 meter boven NAP. Thema wind Bij een verblijf op grote hoogte hoort wind. Het park heeft het thema “wind”. Dit laat zich in de basis van dit ontwerp verbeelden in de beplantingskeuze, waarin grassen en ratelpopulier bijvoorbeeld goed passen. Het thema kan de keuze sturen voor welke nieuwe elementen en beplantingen in de toekomst worden toegevoegd. In de loop van de tijd kan het “wind”-karakter worden versterkt. Relatie met de omgeving De A2 tunnel is ontwikkeld om de verbinding van Leidsche Rijn met het oude Utrecht te vergroten. Van de snelweg is straks geen spoor meer te bekennen, op twee dienstgebouwen na. Het hooggelegen park gaat als grote openbare ruimte een relatie aan met het Amsterdam-Rijnkanaal. Het kanaal dat door de ontwikkeling van Leidse Rijn centraal in de stad Utrecht is komen te liggen. Het kanaal is de verbinding met het landschap buiten de stad en het kanaal is zelf landschap. De bruggen markeren het kanaal op grote afstand. Dankzij de hoge ligging kan het park metaforisch “de hoge richel zijn van de vallei waarin het kanaal ligt”. Vanuit het Leidsche Rijn centrum wordt een uitzichtpunt gemaakt dat over de gehele lengte van het park uitkijkt, met op de einder de markante brug over het kanaal in Papendorp. Relatie met de randen Het park is ontworpen nog voordat de wijk Leeuwenstein Noord vorm krijgt. Aan de parkzijde zijn woningen gepland. Er is een verkennende studie gemaakt van mogelijke verbindingen tussen het park, de articulering en schaal van de bebouwing aan het park en de relatie via de wijk met het kanaal en het centrum van Utrecht. Aan de westzijde ligt de Stadsbaan, de ontsluitingsweg parallel aan de A2. De Stadsbaan maakt het centrum van Leidse Rijn vanaf de A2 aan noord- en zuidzijde bereikbaar. Aan de Stadsbaan staan gebouwen met voornamelijk kantoorbestemming. Direct achter deze bebhouwing ligt straks een school die het park wil gebruiken voor buitensport. Ruimtelijke drager Het verblijf op grote hoogte langs het kanaal wordt nog gedramatiseerd door de richel van 1.20m. hoogte met daarop een pad. De wandelaar, hardloper en skater op het pad ziet in beide richtingen de bruggen over het kanaal. Morfologie park De richel maakt de ruimtelijke ervaring van dit lange rechte smalle park bijzonder interessant, afwisselend en rijk. Het werkt niet als visuele barrière tussen Leeuwenstein-noord en Hoge Weide, over de maximale hoogte van 1,20 meter ten opzichte van het omringende maaiveld is alles te zien omdat de gemiddelde ooghoogte tussen 1,50m - 1,70m ligt. Vanaf de richel is een flauwe helling richting Stadsbaan. Door de helling is het park extra in beeld. Het talud aan de zijde van Leeuwenstein-noord is 1:3. In de lengterichting slinkt de richel tot maaiveld om het pad met de wandelaar, jogger en skater te leiden naar de oversteekplek. Doordat het maaiveld zakt ontstaat tevens een veilig overzicht. Ruimtelijke geleding Op de koppen van het park staan hoge bomen. Ze spelen met de verrijking van de ruimtelijke ervaring in de lengte van het park, op autonome wijze ten opzichte van de richel. Ze duiden ook de koppen van het park aan. Vanaf de tunnelentree aan de zuidzijde ziet de A2-auomobilist de bomen op het dak, daarmee aanduidend dat op het dak van de tunnel een park ligt. Aan de zijde van Leeuwenstein-noord staat langs de gehele gevel een bomenrij. En aan de westzijde wordt de ruimte afgezet met de dubbele rij bomen langs de ventweg van de Stadsbaan. Het park ligt hiermee in een extreem groene ruimte, met op de tweede rang de omringende gebouwen. Het zicht op het centrum is als enige juist boomloos gehouden. Sferen Ten westen van het pad zal een rijkdom aan paars bloeiende heesters en vaste planten en intrigerende huisvesting voor dieren het beeld vormen. Daartussen scharrelen de bezoekers rond. Ten oosten van de richel is het gemaaide gras voor het actieve gebruik. Het maairegime wordt aangepast aan de functie: de sportvelden zijn strak gemaaid en onder de bomen kan het gras lang uitgroeien. Door het regisseren van het maairegime kan een boeiend ruimtelijke effect ontstaan in het maaiveld, dat door het jaar heen veranderend is. Als sluitstuk ligt in het zuidelijke deel van het park nog ruimte voor toekomstige participatie uit de buurt in de vorm van een vormgegeven 'kader'. Het Parkpad loopt in de gehele lengte van het park en rijgt hiermee alle activiteiten aan één. Op de uiteinde van het pad is er uitzicht op het kanaal en/of de bruggen over het kanaal. Programma Het park wordt doorsneden door de wegen tussen Stadsbaan en Leeuwenstein-noord. Voor elk segment tussen de wegen is een eigen programma gedacht, passend bij de maat en de ligging in de stedenbouwkundige context. De sportvelden liggen ter hoogte van de school. Het amfitheater het dichtst bij de stad. Het buurtveld en de scatebaan in de luwte. Op beide uitersten van de richel zijn de uitzichtpunten met zitgelegenheid. Ook voor de natuur zijn maatregelen genomen om het gebruik te vergroten. Onder de Stadsbaan, de grootste barriere tussen west en oost, liggen buizen waardoor de kleine dieren kunnen lopen en kruipen. In de noordzuid-richting is de bloemenzijde de fourageerplek voor veel dieren. Hierbinnen zijn artificiele nestelgelegenheden een design toevoeging waarmee de natuur extra zichtbaar aanwezig zal zijn. Verkeersstromen In het park liggen alleen paden voor wandelaars, jogger en kleine wieltjes. De fietsroute loopt over de ventweg aan de oost- en westzijde, aansluitend op de fietspaden in oost-westrichting die voor het centrum langs gaan (aansluiting nader te bestuderen door Bureau Baljon).
-
(meer)

Laaglandpark Merksem
-
2010 | Laaglandpark MerksemActieve schakel tussen 't stad en landschapAntwerpen 51°15'49”N 4°27'27”E
-
DS heeft samengewerkt met Steven Delva aan het Laaglandpark Merksem te Antwerpen in opdracht van Vlaams Bouwmeester
-
(meer)

Universiteitscampus Kopenhagen
-
2010 | Universiteitscampus KopenhagenKennisnetwerkKopenhagen 55°41'43”N 12°33'51”E
-
DS werkt aan opdracht Universiteitscampus Kopenhagen samen met COBE architects uit Copenhagen, Asplan Viak Scandvika uit Oslo en Kerstin Hôger Architekten uit Zürich.
-
(meer)

Op het Scherp van de Snede
-
2010 | Op het Scherp van de SnedeHet procesNoord-Holland
-
De aanleiding voor het voorstel is de Open Oproep van het Stimuleringsfonds voor Architectuur (SFA) met de vraag hoe de bereikbaarheid en de beleefbaarheid van het landschap dicht tegen de stad aan vergroot kunnen worden. Landschap Noord-Holland (LNH) heeft als terreinbeherende organisatie een aantal terreinen in eigendom die op de grens van het stedelijke en landelijke gebied liggen. De opgave voor het verbeteren van bereikbaarheid en beleefbaarheid pakt LNH in een groter verband aan door de opgave te beschouwen vanuit zowel een stedenbouwkundig als een landschapsarchitectonisch perspectief en door eigenaren van omliggende gronden te betrekken bij het ontwerp van de randen. Van belang in het project is dat LNH als de eigenaar van kansrijke delen in het stadsrandgebied het initiatief neemt. De aanwezigheid van uitloopgebieden is immers van invloed op de kwaliteit van de woon en werkomgeving van stedelijke gebieden. Op een zeer directe manier komt dit bijvoorbeeld al tot uitdrukking in het feit dat het meehelpen bij het onderhoud van de gebieden voor de vele vrijwilligers aangesloten bij LHN een belangrijke vorm van recreatie is. Veel van deze vrijwilligers wonen in het stedelijk gebied. Voorts worden sommige van de gebieden al wel doorkruist door fietsers/skaters, maar de beleving ervan is nog nihil. Intussen is de aansluiting stad-land fysiek niet aantrekkelijk. In feite is er sprake van een gevoelige balans, bijvoorbeeld een te goede bereikbaarheid van de randgebieden geeft een te grote druk op natuur, landschap en cultuurhistorie waardoor leefgebieden voor mens, plant en dier verdwijnen en de landschapsbeleving voor de bezoekers achteruit holt. Dit leidt weer tot vermindering van het draagvlak voor het werk van LNH. De opzet van het project betreft een drietal case studies in de regio Amsterdam: respectievelijk bij Halfweg, bij Aalsmeer en bij Beverwijk. In de cases worden de mogelijkheden maar ook dilemma’s die aan het verbeteren van de bereikbaarheid en de beleefbaarheid van deze gebieden vastzitten onderzocht. Daarnaast zijn de cases ook een proeftuin om de samenwerkingsvormen tussen ontwerppartijen en de rol van LNH daarin te verkennen. De casestudies worden voorbereid door een klein team: een terreineigenaar/ beheerder (LNH) een landschapsarchitect (DS) en een architect (WH). De kennisuitwisseling omtrent bereikbaar maken en meer beleving bieden vindt ontwerpenderwijs plaats. In veldwerkateliers worden de kansen en problemen onderzocht in een setting van eigenaren, belanghebbendenen deskundigen. Het doel is dat de verschillende eigenaren in het projectgebied coalitiepartners worden en dat het niet bij woorden en schetsen blijft maar dat de open oproep ook leidt tot daadwerkelijke verbeteringen in bereikbaarheid en beleefbaarheid. In de uitwerking van de cases worden dus ook de samenwerkingsvormen tussen betrokken partijen onderzocht. Gemeenten, projectontwikkelaars en gebiedsbeheerders hebben zich zeer geïnteresseerd getoond voor de drie cases. Zij zijn bereid in de vorm van co-financiering en een actieve bijdrage in de voorbereiding van de cases en de veldworkshops bij te dragen aan het project. Het doel van het project is het ontwikkelen van (praktijk)voorbeelden waarin de landschapsbeheerorganisatie met een (pro)actieve houding invloed uitoefent in het bereikbaar maken van landschap in de stadsrand. 1.2 Omschrijving van het project Het bezit van en de opgave voor de verbetering van toegankelijkheid en beleefbaarheid van landschappelijke gebieden aan de rand van de stad vormen de concrete aanleiding voor het project. In het project zal LNH kennis en ervaring opdoen in het pro-actief participeren en initiëren van oplossingsrichtingen. Uit het bezit van LNH zijn drie locaties geselecteerd waar de opgave actueel is: Oosteinderpoel (Aalsmeer), Batterij/ Spaarnwouderveen (bij Halfweg) en Fort Aagtendijk (Beverwijk). In deze case studies worden de mogelijkheden en dilemma’s onderzocht om deze gebieden op stadsranden beter, zowel in het stedelijke als in het landelijke in te bedden. Tevens dienen de case studies ertoe de rol die LNH kan spelen bij transformatieprocessen te onderzoeken en om de belangen te onderscheiden die de ontwerpvraag bepalen. Het team bereidt de cases voor en voert de studies uit in samenwerking met gemeenten en ‘buur’partijen op de diverse locaties. LNH heeft in de gebieden eigendom en treedt daarom op als hoofdverantwoordelijk projectleider, in staat om ook vervolgacties te sturen. DS is vakinhoudelijk specialist landschap en WH is specialist stad. Op uitnodiging van LNH worden op de plekken zelf de bijeenkomsten gehouden in diverse samenstellingen. In veldwerkateliers worden bestaande en potentiële recreatieve routes gelegd naast cultuurhistorische, ecologische en landschappelijke verbindingen. Barrières worden tegen het licht gehouden, openingen opgezocht, concrete voorstellen zullen worden aangedragen. In de eerste workshop gaat het om relatief vrijdenken. In de tweede workshop gaat het om vertalen naar concrete maatregelen (sturings- en aanpassingsmogelijkheden). In de derde workshop wordt haalbaarheid financieel en organisatorisch getoetst. De opzet is in een brede groep toe te werken naar versmalling en conretisering van de opgave en afspraken te maken over wie zich erachter zal gaan scharen. Concreet zullen de nieuwe krachtenvelden voor de drie cases worden onderzocht in steeds een serie van gesprekken rond een thema, danwel met de insteek om een nieuwe combinatie van partijen bij elkaar te brengen. De grafische methodiek om het ontwerp te laten meegroeien zal per casus verschillen en zal bijvoorbeeld bestaan uit schetsen, verhalen, luchtfotomontages, maquettes, collagetechnieken. De presentatieresultaten hebben een pragmatische insteek en dienen deels om te zien of het ontwerpresultaat haalbaar is, en deels om andere partijen te enthousiasmeren en mee te denken. Het samen werken aan het verbeteren van de bereikbaarheid en de beleving moet leiden tot èn wederzijdse begripsverhoging, èn concrete specifieke voorstellen èn nieuwe coalities. Naast de directe resultaten van de studies voor deze locaties leidt het project ook tot nadere kennis over de manier waarop ontwerpers voor stad en landschap samen op kunnen trekken en hoe een terreinbeherende organisatie de bakens kan verzetten van zowel de eigen organisatie als die van de stedelijke buren. 1.3 Betekenis voor de ruimtelijke ordening Stedenbouwers en landschapsarchitecten werken in het project samen op de stadsrand: Het voorliggende project is een voorbeeld waarin we dialoog tussen de spelers in de stadsrand gaan intensiveren: stedenbouwers, landschapsarchitecten, ambtenaren RO, grondeigenaren en mensen in de recreatiesector. De kennis die eruit voortvloeit, kan worden gebruikt om aan te tonen hoe een pro-actieve (in plaats van volgende) houding van een landschapsbeherende organisatie kan zorgen voor nieuwe coalities om doelen te verwezenlijken. In het project is sprake van vier niveaus van adressering van de opgave. Als eerste op het niveau van de opgave. Het project brengt partijen rond een concrete opgave bijeen en werkt aan een oplossing voor de ontwerpopgave. Ten tweede leveren de opgaves en hun onderlinge verbanden kennis en inzicht over de partners en reikwijdte. Ten derde zorgt het project voor afstemming van doelen en oplossingsrichtingen tussen belanghebbenden in hetzelfde gebied. En ten vierde levert het project een algemener perspectief voor een kwalitatief proactieve rol voor landschapsbeheerorganisaties in ruimtelijke ordeningsprocessen. Het brede publiek leert door het project de stadsrand kennen als waardevol overgangsgebied
-
(meer)

The Sleeping Beauty
-
2010 | The Sleeping Beautyzachte krimpRotterdam Zuidplein
-
inleiding Het kunstwerk ‘The Sleeping Beauty’, een project in opdracht van kunstenaar Hendrik Jan Hunneman, is een tijdelijke ingreep in de stedelijke context van Zuidplein en gebruikt hiervoor het zwembad Charlois. Een begroeiing van klimplanten transformeert de gesloten bakstenen façade van het zwembad naar een groene zachte vorm. De modernistische architectuur wordt bedekt door een totaal ander materiaal dan waaruit het gebouw en zijn omgeving zijn opgetrokken en onttrekt het industriële pand aan deze omgeving. Er zal zich een nieuwe biotoop vormen waar verschillende insecten en vogels op afkomen. Klimplanten als klimroos en wilde wingerd maken alvast een start met de sloop van het zwembad. Waar uiteindelijk het gebouw in snel tempo gesloopt zal worden, is deze ingreep een prelude daarop en een start van de zeer langzame onttakeling. het project In een deel van het land speelt zich een subtiele vorm van krimp af die zich vooralsnog sluipenderwijs manifesteert. De krimp treft vooral de kleine korrel in het weefsel van dorpen en steden. En dan vooral de oudere mono-functionele gebouwen, buurten of wijken die hun functie verliezen en daarmee ook de reden van bestaan. De krimp uit zich niet in grootschalige structurele leegstand maar in incidentele, soms schijnbaar toevallig leegstaande gebouwen. Vaak zijn het afgeschreven gebouwen, bouwkundig niet geschikt voor ander gebruik dan waar ze ooit voor gebouwd zijn. Een gebouw die een dergelijke vorm van krimp overkomt is het Zwembad Charlois aan het Zuidplein in Rotterdam. Het zwembad krijgt op termijn een nieuw onderkomen waarna het huidige gebouw wordt afgebroken. Als er tenminste iets nieuws wordt gebouwd op de huidige plek van het zwembad. Want dat is in het door krimp en crisis beheerste klimaat nog maar de vraag. In afwachting van toekomstige ontwikkelingen is het gebouw onderwerp van een bijzondere kunstuiting. Hendrik-Jan Hunneman heeft het initiatief genomen het proces van aanstaande sloop op gang te brengen door gestructureerde Guerrilla Gardening, razendsnelle klimmers gaan het zwemband bedekken. Binnen 5 jaar wordt het strakke en hoekige gebouw ingepakt in zacht, golvend en bloeiend groen; een vloeiende overgang van cultuur naar natuur. De afbraak geschiedt langs de lijnen der geleidelijkheid, niet schoksgewijze. Het is een vorm van zachte krimp, krimp met een cyclische benadering. De geleidelijke begroeiing symboliseert het verval van het gebouw, het wordt teruggegeven aan de natuur. De begroeide gevel krijgt, tijdelijk, gedurende het proces van geleidelijke aftakeling, een aanvullende functie. Niet langer is het slechts huid rond een zwembad maar wordt het: fraai bloeiende wand, verspreider van lentegeur en herfstkleur, absorbeerder van geluid en fijnstof en aanbieder van nestgelegenheid en voedsel voor vogels en insecten. Terwijl de afbraak voortschrijdt ontwikkelt de gevel van het gebouw zich steeds meer tot waardevolle stadsnatuur. Het loopt niet met een sisser af, het gebouw neemt afscheid op zijn vlammend hoogtepunt. (SCULPTURE INTERNATIONAL ROTTERDAM is opdrachtgever, The Sleeping Beauty is onderdeel van het project PACT OP ZUID)
-
(meer)

Landschapper in de stedenbouw
-
2010 | Landschapper in de stedenbouwonderzoekNederland
-
DS doet onderzoek naar: Landschapper in de stedenbouw Op initiatief van DS en in opdracht van het Stimuleringsfonds voor Architectuur onderzoeken Maike van Stiphout, Marieke Berkers en Joks Janssen de rol en invloed van de landschapsarchitectuur op de Nederlandse stedenbouwkundige ontwikkelingen in de breedste zin van het woord. Het onderzoeksteam richt zich daarbij tot de laatste twee decennia, de periode waarin de overheid zich verder terugtrekt en de greep van de markt op de ruimtelijke ordening sterker wordt. Het onderzoek is toekomstgericht: wat kan de landschapsarchitectuur (qua kennis, instrumentarium, attitude) bijdragen aan het oplossen van ruimtelijke vraagstukken in het komende decennium? Inhoud Het landschap is steeds meer vanzelfsprekend onderdeel gaan uitmaken van de ruimtelijke planvorming op allerlei schaalniveaus, van woonwijken, bedrijventerreinen tot gebiedsontwikkelingsprojecten. Landschapsarchitecten hebben daardoor vaker en duidelijker een stempel kunnen drukken op de ontwikkelingen. Het landschap en hoe er mee om te gaan is een factor van belang geworden binnen de stedenbouw. Dit roept de vraag op naar de rol van de landschapsarchitect en de waarde van de bijdrage van de landschapsarchitectuur aan de recente ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Door middel van het onderzoek wordt gezocht naar antwoorden op vragen die gesteld worden vanuit het perspectief van het proces tot uiteindelijk resultaat en vanuit het perspectief van het formuleren van de ruimtelijke (toekomstige)opgave. Altijd zijn belevingskwaliteit en effectiviteit de uitgangspunten. Onderzoek In de eerste fase van het onderzoek is een groot aantal projectanalyses verzameld mede dankzij de open houding van vakgenoten. Het materiaal gaf blijk van een enorme rijkdom aan projecten en houding van de landschapper in de stedenbouw; het hielp ons de onderzoeksvraag aan te scherpen. Tijdens een drietal expert meetings worden vakgenoten uit de praktijk en theorie, betrokken bij het samenstellen van de inhoud van het onderzoek. Zij toetsen de onderzoeksthema’s, de selectie van landschapsarchitecten voor interviews en de selectie van auteurs voor essays. Inmiddels is het onderzoek beland in de fase van interviews. Resultaten De uitkomsten worden onderwerp van een fraai vormgegeven publicatie. De publicatie zal verschijnen als derde deel in de reeks over stedenbouw die het fonds met ingang van het programma stedenbouw 2010-2012 uitvoert. Ten slotte gaan landschapsarchitecten, stedenbouwers, opdrachtgevers, historici en theoretici met elkaar in debat. Ze spreken over de uitkomsten van het onderzoek en bediscussiëren de vraag hoe de landschapper een rol kan spelen bij toekomstige ruimtelijke opgaven. De nieuwe generatie landschappers worden uitdrukkelijk betrokken in het gesprek. Tijdens het debat wordt ook het publiek uitgenodigd mee te discussiëren.
-
(meer)

Goud voor Hout tentoonstelling
-
2010 | Goud voor Hout tentoonstelling Amsterdam Veemkade
-
(de tentoonstelling was in september 2010 te zien in het Veemgebouw) Rond 1600 werd de stadsgrens van Amsterdam gevormd door het Singel, de Kloveniersburgwal en de Geldersekade met daarop de stadsmuren en poorten. Aan de noordzijde lag het open havenfront aan het IJ en door het midden van de stad vormde de Amstel ter hoogte van het Damrak en Rokin de centrale as. Langs de Zuiderzee en het IJ lag een langgerekte dijk van Velsen tot voorbij Muiden; de zogenaamde Zuider IJ- en Zeedijk. In Amsterdam is dit dijklichaam gedeeltelijk nog herkenbaar bij de Nieuwen-, Haarlemmer- en Spaarndammerdijk en Van Diemenstraat. De Westelijke Eilanden zijn tot stand gekomen als onderdeel van de Derde Uitleg van Amsterdam. Het plan hiervoor dateert van1610. Het ontwerp omvat de grachtengordel met de Oostelijke en Westelijke eilanden en nieuwe vestingwerken. De uitvoering vond plaats in een aantal fases. De Westelijke Eilanden werden aangelegd rond 1620. Het ontwerp voor de Derde Uitleg is onder meer gebaseerd op een functiescheiding; de grachtengordel primair voor wonen, de Oostelijke en Westelijke Walen en Eilanden primair voor scheepvaartgerelateerde activiteiten. Zo kreeg de West-Indische Compagnie aan de westkant beschikking over de nieuwe pakhuizen en werven. De Westlijke Eilanden werden eerst Voor-, Midden- en Achtereiland genoemd. De eerste bewoning en bedrijvigheid volgt al snel na het ontstaan: op het Achtereiland bouwt Jacob Reaal in 1624 de eerste huizen. Jan Bicker die tot een destijds zeer invloedrijke handelarenfamilie behoorde, kocht het Vooreiland en bouwde er onder andere zijn pak- en woonhuis (de zogenaamde Bickerstoren, gesloopt in 1700). Al in 1631 kreeg dit eiland zijn naam. Op de Westelijke Eilanden waren scheep(reparatie)werven, touwslagers, zeilmakers, teer- en pekopslag, haringrokers, zoutraffinaderijen- en opslag, zandopslag, en er werd ook gewoond. Deze situatie blijft lange tijd min of meer ongewijzigd, zij het dat het succes van de activiteiten samenloopt met de algehele economische ontwikkelingen in Amsterdam en Nederland. De 17e eeuw staat in het teken van de Gouden Eeuw, maar in de 18e eeuw ging het economisch niet voor de wind. Een van de problemen waar Amsterdam zich mee geconfronteerd zag was de relatief slechte bereikbaarheid omdat het IJ voortdurend dichtslibde. Uiteindelijk wordt dit probleem in de 19e eeuw voortvarend aangepakt door Koning Willem I en worden er grote infrastructurele projecten ontwikkeld. Zijn bewind vormt het startpunt voor een periode waarin tal van nieuwe kanalen gegraven en bestaande waterwegen recht getrokken, verdiept en verbreed worden. In Amsterdam valt daarbij te denken aan het Noord Hollandsch Kanaal (1825), het Merwede Kanaal (1891) en het Noordzeekanaal (1876). Deze ontwikkelingen hebben ook hun weerslag rond de Westelijke Eilanden. Zo worden in1834 het Ooster- en Westerdok aangelegd naar idee van ingenieur J.J. Blanken die hiermee hoopt het dichtslibben van het IJ tegen te gaan. De aanleg van het imposante Noordzee-kanaal tussen 1865-1876 betekende de realisatie van een langgekoesterde wens voor een zo kort mogelijke verbindingsroute door ‘Holland op z’n Smalst’: tussen Amsterdam en de Noordzee. De aanleg van het kanaal was een waterbouwkundige mijlpaal, vanwege de riskante doorbraak van de duinenrij ter hoogte van het latere IJmuiden. Het begin- en eindpunt van het kanaal wordt gemarkeerd door de Oranjesluizen bij Schellingwoude en de Zeesluizen bij IJmuiden. Het ontwerp van het Noordzeekanaal stamt uit 1852 en is in grote lijnen afkomstig van de genie-officier en architect Willem Anthonie Froger. De uitvoering van het project was in handen van de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij (AKM). Zij polderde het IJ voor een groot deel in en liet daarbij het tracé voor hoofd- en (de deels al bestaande) zijkanalen A ten met K vrij. Het gedeelte vanaf Velsen tot aan de Noordzee werd geheel nieuw gegraven. De zijkanalen waren bestemd als ontwateringskanaal voor de polders en om het achterland op gestructureerde wijze te ontsluiten. De Oranje- en Noordzeesluizen maakten voor het eerst het IJ vanaf Schellingwoude getijdevrij, zodat de aanleg van de voor de handel noodzakelijk geachte dokhavens op dokeilanden in de vorm van het Oostelijk Havengebied mogelijk werd. Het IJ (of Noordzeekanaal) ten westen van de Oranjesluizen wordt sindsdien op kaarten ook wel aangeduid als het Afgesloten IJ, maar wordt net zo vaak – en zeker in de volksmond – nog altijd als het IJ aangeduid. In 1876 was het Noordzeekanaal klaar en na de feestelijke opening door Koning Willem III werden de verschillende IJpolders verkaveld en publiek geveild. Zo werd de aanleg van het Noordzeekanaal gefinancierd door de verkoop van de ingepolderde grond. Er werd expliciet onderhandeld om een deel ten westen van de Westelijke Eilanden niet in te polderen ten behoeve van de aanleg van de Oude Houthavens. Deze infrastructurele ingrepen leidden tot het beoogde resultaat en de scheepvaartgerelateerde industrie en overzeese handel kwam weer tot bloei. De stad breidde haar havens, dokken en aanlegkades uit. Scheepsbouwbedrijven werven opgericht en eind 19e begin 20e eeuw is er sprake van een enorme toename van grootschalige pakhuizen, overslagbedrijven en fabrieken die aan of vlakbij het Noordzeekanaal lagen zodat ze goed bereikbaar waren voor de zeeschepen die producten uit de overzeese gebieden aanleverden; suiker, tabak, cacao en koffie. Dankzij de aanleg van het spoor in de 19e eeuw konden de goederen snel verder gedistribueerd worden. Deze bloeiperiode leidde ook tot een bevolkingstoename en om die reden werden rond de stad in de 19e en 20e eeuw nieuwe uitbreidingswijken aangelegd, zoals de Zeehelden- en Spaarndammerbuurt. Hoewel deze economische hoogtijdagen in het laatste kwart van de 20ste eeuw tot een einde kwamen en veel pakhuizen en fabrieken wegens faillissement gesloten en gesloopt werden, zijn er rond de Westelijke Eilanden, Zeehelden-, en Spaarndammerbuurt nog altijd veel sporen uit deze periode aanwezig. Daarbij valt te denken aan de Houthavens, het Westerkanaal, het Westerdok, de Silodam en de Van Diemenstraat en een reeks bijzondere pakhuizen. Op de Westelijke Eilanden kwamen enkele nieuwe fabrieken en scheepswerven, maar de eilanden zelf behielden hun oorspronkelijke vorm en opzet en grotendeels het oorspronkelijke, kleinschalige bebouwingskarakter. Deelnemende partijen: Het bestuur van de vereniging Werkgebouw het Veem: Paul van Soomeren (bestuursvoorzitter); leden van de vereniging (kunstenaars, bedrijven en ambachtlieden), Stadsdeel Westerpark: de wethouders Dick Jansen van cultuur en economie en Rolf Steenwinkel (RO), Bureau Monumenten en Archeologie (BMA): Esther Agricola (directeur) en Hester Aartsen, Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente Amsterdam (OGA): Lex Brans) Corporaties + ontwikkelconsortium Spaarndammerhout.
-
(meer)

Station Biesbosch
-
2010 | Station BiesboschKnoop 5: De Groene Zoom, DordrechtDordrecht 51º48'50"N 4º41'38"E
-
inleiding Station Biesbosch is een ontwikkelingsstrategie voor de Groene Zoom bij Dordrecht. Het is één van de knooppunten binnen het Europa van de toekomst. Deze knooppunten vormen de dragers van het systeem dat de moderne mens de mogelijkheid biedt een steeds grotere verscheidenheid aan activiteiten op steeds meer verschillende locaties te ontwikkelen; bereikbaarheid is daarbij een essentieel keuze-instrument in het dagelijks bestaan. het project Op de schaal van het stedelijk conglomeraat dat reikt tot aan het Ruhrgebied en tot de as Antwerpen-Brussel verbinden de Drechtsteden de kwaliteiten van landelijke rust en stedelijke drukte in de Zuidvleugel van de Randstad. In 2050 zal door de demografische ontwikkeling het verschil tussen de regio’s in Nederland sterker zijn dan nu. In westelijk Nederland blijft de Randstad groeien in bevolkingsaantal en arbeidsplaatsen terwijl het zuidwesten van het land steeds meer te maken krijgt met krimp. De Drechtsteden liggen precies op de demografische overgang. Station Biesbosch is binnen het interregionaal conglomeraat Drechtsteden de toegang tot Nationaal park De Biesbosch. Dit bepaalt in hoge mate de aantrekkingskracht van knooppunt Station Biesbosch. De ruimtelijke kwaliteit wordt daarnaast gevormd door de directe samenhang tussen de compacte bebouwing en het landschap, tussen natuur en stad. Het is een hoogstedelijke transferplek voor wonen, werken, natuur en recreatie. Station Biesbosch wordt landschap, opgebouwd met stedelijke en landelijke bouwstenen. Het nieuwe stuk stad ligt op de sterk verdikte Noorddijk, compact bebouwd met gegarandeerd droge voeten. De Noorddijk en de snelwegdijk vormen de nieuwe belangrijkste waterkering. Ten zuiden ligt een kleinschalig landschap met bos, weide en hakhout, met de allure van het aansluitende landgoed Dortwijk. Aan de noordzijde krijgt de rivier de ruimte en groeit het kenmerkende Biesbosch landschap door tot aan de gevels van de nieuwe bebouwing. Tussen stad en land is geen scherpe grens, de natuur krijgt ook tussen de gebouwen ruimte, de mens mag ook de natuur in. Station Biesbosch verkent zo hoe natuur kan worden gecombineerd met hoogstedelijk wonen. Nieuwe kwaliteit van leven wordt onderzocht door het introduceren van onverwachte en spectaculaire natuurervaringen, voor mens en dier. In 2050 betekent bouwen voor mensen als vanzelf ook bouwen voor planten en dieren. Niet langer zijn deze twee werelden gescheiden, in Station Biesbosch zijn ze volledig geïntegreerd. Zo ontstaat hier een bijzondere nieuwe biotoop waarmee Dordrecht in het interregionaal stedelijk conglomeraat zijn eigen plek verwerft, een knooppunt met kwaliteit.
-
(meer)

David de Wiedgebouw
-
2010 - 2011 | David de Wiedgebouwopgeleverd!Uithof, Utrecht 52°05'20'N 05°06'56'E
-
Het David de Wiedgebouw van Universiteitscampus De Uithof in Utrecht is de locatie voor het gebouw van de Faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht. De Uithof is een gebied waar de samenwerkende Uithofpartners streven naar de realisatie van een hoogwaardig kenniscentrum. Het stedenbouwkundig plan van OMA vormt het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van De Uithof. Het plan beoogt De Uithof te transformeren in een volwaardige campus met een goed verblijfsklimaat. DS heeft als landschapsarchitect zorg gedragen voor het ontwerp voor de openbare ruimte rond het gebouw. Het ontwerp van het terrein is in nauwe samenwerking met de architecten van het gebouw, Architectuurstudio Herman Hertzberger, ontwikkeld; de inrichting van de buitenruimte vloeit voort uit de inrichting van het gebouw en tegelijkertijd zet de terreininrichting het gebouw zelf op zijn plek, verankert het in het weefsel van De Uithof. De uitvoering is inmiddels voltooid, op 15 april is het gebouw officieel en geopend, exact 50 jaar nadat in De Uithof de eerste paal werd geslagen.
-
(meer)

'De Terp'
-
2010 - 2011 | 'De Terp'verbeelding archeologie in landschapN57
-
'De Terp' bij Serooskerke markeert de plek waar een terp lag in de Midden-Romeinse tijd. Omstreeks 200 na Christus lagen hier slikken en schorren. Boeren uit het duingebied bij Domburg bezochten dit gebied om er hun vee te weiden en schelpdieren te verzamelen. Om droge voeten te houden in dit natte land, stapelden ze plaggen van klei en veen op elkaar. Zo ontstond een 80 centimeter hoge terp. Daar bouwden ze een tijdelijk onderkomen, waar ze ieder jaar de zomermaanden doorbrachten. Dijkjes van plaggen hielden het zeewater tegen. Rond 300 na Christus liep het gebied toch onder water. Ook de terp werd overstroomd en begraven onder een dikke laag zeeklei. Bij de aanleg van de N57 ter hoogte van Serooskerke is de terp en het dijkje door ADC ArcheoProjecten opgegraven. inleiding In het kader van de verlegging van de Rijksweg N57 tussen Vrouwenpolder en Middelburg heeft ADC ArcheoProjecten in opdracht van Rijkswaterstaat Dienst Zeeland negen archeologische vindplaatsen onderzocht. Dit onderzoek heeft niet alleen voor Walcheren, maar voor heel Zeeland vele nieuwe gegevens opgeleverd ten aanzien van de ontwikkeling van het landschap en het wonen. De samenhang tussen landschap en bewoning is gedurende zeer lange tijd voortdurend aan verandering onderhevig. Deze samenhang wordt zichtbaar gemaakt op een van de vindplaatsen, ten zuidoosten van Serooskerke, 'De Terp' als verbeelding van de archeologie. Landschap en bewoning Vanaf de Midden-IJzertijd was het gebied bewoonbaar geworden. Door de opening in de kust ontstond er een slufterlandschap. Delen van het land raakten alleen bij extreem hoogwater bedekt met een dun laagje klei. Het sluftermilieu heeft bestaan uit een mozaïek van verschillende milieus, zout brak en zoet, die naast elkaar voorkwamen. De bewoners van het gebied konden daardoor profiteren van de verschillende mogelijkheden die het landschap bood. Boerderijen en akkers uit de IJzertijd en Vroeg-Romeinse tijd lagen verspreid in het landschap op de hogere delen van de kwelder. Voor het eerst zijn in Zeeland boerderijplattegronden uit de IJzertijd opgegraven. De aanwezigheid van een dijkje en een terpje in de Midden-Romeinse tijd zijn de eerste tekenen dat weer veranderingen in het landschap plaatsvinden en de invloed van de zee toeneemt. Bewoners die mogelijk in het duingebied bij Domburg hun permanente nederzetting hadden, vertoefden in de eerste helft van de 3e eeuw in de zomer en vroege herfst op en in de nabijheid van het terpje. Na het midden van de 3e eeuw na Chr. wordt niet alleen het onderzoeksgebied verlaten, maar tevens grote delen van het kustgebied. Grote overstromingen teisteren het gebied en het kwelder/veengebied wordt doorsneden door grote kreken. Het kust- en kweldergebied van Walcheren lijkt na de overstromingen lange tijd onbewoond. Op de vindplaats bij Serooskerke werd een omgreppelde huisplaats uit de tweede helft van de 12e eeuw onderzocht. Het is niet uitgesloten dat deze toebehoorde aan lokale (lagere) adel. Rond 1200 zien we op alle vindplaatsen de bewoning verdwijnen en wordt het land opnieuw ingedeeld waarbij systematisch sloten worden gegraven. De nieuwe landindeling die gepaard gaat met schaalvergroting in de landbouw, hangt samen met de bevolkingstoename in die tijd. Tegelijkertijd vindt vorming van nieuwe parochies en ambachten plaats. Verbeelding archeologie in het landschap Rijkswaterstaat streeft er naar om door middel van verbeelding van de archeologie rond Serooskerke, de zichtbaarheid en het gebruik van het verleden voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te maken. Hiertoe heeft ADC Heritage (te Amersfoort) samen met DS landschapsarchitecten (te Amsterdam) een ontwerp gemaakt voor de vindplaats. 'De Terp' geeft nieuwe inzichten in de ontwikkeling van het Zeeuwse landschap en haar bewoners. Het is een herinnering aan een belangrijke vondst en voor de passanten een extra kennismoment in het Zeeuwse landschap.
-
(meer)

Kustwaarts
-
2009 | Kustwaartstentoonstelling ARCAMIJmuiden-Zandvoort-Amsterdam
-
Met de tentoonstelling en bijbehorende gebiedskaart KUSTWAARTS besteedde ARCAM in de zomer van 2009 aandacht aan de driehoek IJmuiden - Zandvoort - Amsterdam. Dit gebied intrigeerde vanwege de spannende contrasten tussen stoere havens en prachtige natuur- en recreatiegebieden en de grote variatie in de reeks opeenvolgende ‘velden’ tussen Amsterdam en de zee. Het gebied is wat betreft de aanwezige industrie, de rijkgeschakeerde landschappen en de aantrekkelijke woonmilieus van groot belang voor de Metropoolregio Amsterdam, maar staat vanwege de voortschrijdende verstedelijking en de economische ambities onder druk. Hierbij speelt vooral de ontwikkeling van haven en industrie, inclusief de bouw van een nieuwe zeesluis, een rol en ligt het accent ook op de verbetering van verbindingen over land en water (vooral de bereikbaarheid van de kust) en de beleefbaarheid van het landschap, de revitalisering van badplaatsen en oude havengebieden. In KUSTWAARTS werd het gebruikelijke perspectief verlegd en werden vanaf de kust, van west naar oost, de volgende gebieden onderscheiden: De Zee, De Kust, De Binnenduinrand, Het Stedelijk Lint, De Groene Buffer en De Haven. KUSTWAARTS nam de bezoeker mee langs deze gebieden, onthulde verborgen identiteiten, wees op sporen uit het verleden en toonde plannen die in ontwikkeling zijn.
-
(meer)

Geofort
-
2009 | GeofortTransformatie van het ‘Fort aan de Nieuwe Steeg’ tot het ‘Geofort’Herwijnen, Utrecht 51°51'56”N 5°07'31”E
-
DS, Marx & Steketee (architectuur) en Verlaan & Bouwstra (restauratie) winnen als team de aanbesteding voor het Geofort! DS, Marx & Steketee (architectuur) en Verlaan & Bouwstra (restauratie) winnen als team de aanbesteding voor het Geofort! De opdracht omvat de transformatie van het ‘Fort aan de Nieuwe Steeg’ tot het ‘Geofort’. Het fort is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De initiatiefnemers maken van het fort een ‘living lab’, gericht op cartografie, navigatie en geosimulaties. Bezoekers kunnen straks op het fort op speelse wijze kennis maken met de wereld van kaarten en navigatie. De interdisciplinaire samenstelling van het team past perfect bij de opgave om een landschappelijk en architectonisch zeer interessant cultuurhistorische monument een nieuw leven te geven. (start bouw 20 mei 2011)
-
(meer)

Dijk Hoorn – Amsterdam
-
2009 | Dijk Hoorn – AmsterdamDe Dijk benaderd vanuit cultuur en cultuurhistorieNoord-Holland
-
Het ontwerpen van de dijkverzwaring op het traject Hoorn-Amsterdam vanuit de visie op de kansen en kwaliteiten voor cultuurhistorie, ecologie, landschap, recreatie en andere zachte factoren zoals beleving. Een inspirerend, tot innovatie aanzettend schetsontwerp over de gehele lengte, met meer geïllustreerde uitwerking op enkele kansrijke plekken. Het ontwerp is ingebracht bij de uitwerkingen van de dijkversterkingsplannen die opgesteld worden door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De dijk tussen Amsterdam en Hoorn, genaamd de IJdijken, beschermde de bewoners in het Oosten van Noord Holland voor het water. Het water, toen zee, ook bron voor handel en visserij. Handel vond plaats in economische eenheden van het vissersdorp en de nederzetting. De dijk was, letterlijk, van levensbelang en werd per bestuurseenheid in zeven delen aangelegd. Zeven stukken dijk met eigen kenmerken gekoppeld met de eenheid en het leven in het achterland. Waar de dijk brak patronen in het landschap, waar de dijk opgehoogd en versterkt werd werden nieuwe routes gekozen. Tot de afsluitdijk en ook onze dijk zijn functie verloor. De dijk werd een object dat de overgang van land naar water markeert en fundament vormt voor ruimtelijke inrichting en route. Het verdwijnen van eb en vloed en het transformeren van een zee naar een meer verandert niet alleen de economische, sociale en culturele kenmerken van het gebied, maar is ook de oorzaak voor het aantasten van de dijk. De dijk klinkt in en is instabiel op verschillend binnen- en buitendijkse locaties. Het weerhouden van de zee was voorbij, maar nu dreigt de dijk op sommige punten ook het meer niet meer te houden. (klimaatverandering) Fundamenteel vernieuwen van de dijk vernietigt de geschiedenis en de culturele kenmerken van het gebied. Het IJsselmeer wordt kleiner en kleiner. Het water tussen Hoorn, Almere en Amsterdam wordt steeds meer een binnenwater, een meer, een noodzakelijke open (verblijfs) ruimte in een verstedelijkt gebied. De dijk vormt nu een cultureel element in een gebied van (nieuw) land en binnenwater waar het programma bestaat uit woonkwaliteit, recreatie en toerisme, watersport, natuurontwikkeling, cultuurhistorie en gewenste dorpse en stedelijk allure. De dijk, inmiddels een provinciale verantwoordelijkheid, valt bij nadere beschouwing, weer in zeven delen uiteen: dijkbouwer; conservator; polderaar; werkgever; waarnemer; baggeraar; ontwikkelaar
-
(meer)

Hotel Heppie
-
2009 | Hotel HeppieBos en gebouw; samen één landschap, een kinderparadijs.Geldrop/ Mierlo, Noord-Brabant 51°25'N 5°33'E
-
Hotel Heppie is ontworpen in opdracht van Stichting Heppie. Stichting Heppie verzorgt vakanties voor kinderen die een beetje extra aandacht kunnen gebruiken. Het Hotel staat tussen de bomen, licht verdiept in glooiend zand, uitkijkend over het ven. Ontworpen als onderdeel van dit landschap, in harmonie met de omgeving, zorgvuldig gepositioneerd tussen de karaktervolle oude dennen. Duurzaam materiaalgebruik en het begroeide dak versterken het beeld. Het Hotel is een speelgebouw waar kinderen op kunnen klimmen en klauteren. De dragende houten kolommen zijn ook speeltoestel. Fel gekleurde bouwsels steken door het dak, uitkijkend over het bos als boomhutten in een boom. Bos en gebouw; samen één landschap, één groot speelbos. Kinderparadijs.
-
(meer)

Biënnale Auto en Stad
-
2009 - 2010 | Biënnale Auto en StadAmsterdam AutoluwAmsterdam
-
Het projectgebied -Weteringschans and Sarphatistraat tussen Amstel en Weteringcircuit is aardig autoluw. Het doorgaande autoverkeer neemt de Ceintuurbaan. Het projectgebied is vooral in de spits een heel drukke fietsroute. Maar het uiterlijk van de route is niet autoluw en er zijn weinig andere weggebruikers buiten de fietsers die op kleine wieltjes, wandelend en joggend de route kiezen. Het voorstel gaat dus over het zodanig inrichten van het projectgebied dat het er ook autoluw uitziet en liefst parkachtige gebruikskwaliteiten krijgt. Het is dan voorstelbaar dat de restaurantjes, de bewoners en winkeliers hun pand uitkomen, de straat bezetten en er meer een bestemming dan een doorgangsplek van maken. Door digitale verkeersborden kan het gebruik van de straatruimte op maat gereguleerd worden. De Groene Ring Maak de binnenring autoluw en tegelijkertijd extreem groen dan heeft Amsterdam er een nieuw wervend fenomeen bij - De Groene Ring! De voormalige vestingwerken zijn rechtgetrokken, aan de buitenzijde ligt een zeer goed doorstromende autoring, aan de binnenzijde is een relatief autoluwe ring, favoriet bij snelle fietsers. De binnenring heeft vergelijkbare potentie voor de stad als de “Emerald necklace” is voor Boston - rondom het stadscentrum een reeks parkjes (voormalige bastions) verbonden met langgerekte groene corridors. Weteringschans tussen Vijzelstraat en Reguliersgracht Toepassing van shared space - gedeelde ruimte. Van gevel tot gevel eenzelfde verharding. Er zijn geen hoogteverschillen, waardoor de indeling van de ruimte flexibel is. Er zijn bomen geplant aan weerszijden, zodat de straat een groene schakel wordt (Emerald necklace) tussen Weteringcircuit en Frederiksplein. De wandelaars zijn veilig in de zone tussen gevel en bomen. Eenrichting autoverkeer deelt zijn baan met de trambaan. Het parkeren is alleen in venstertijden (bijvoorbeeld tussen 19.00 en 6.00 uur). Dit kun je bijvoorbeeld op een digitaal instelbaar bord zien, dus de venstertijden kunnen heel flexibel worden toegepast. In beeld de terrassen van de restaurants in de zone waar ook geparkeerd kan worden. De kleine wieltjes gebruiken de strook naast de trambaan. Weteringschans tussen Reguliersgracht and Frederiksplein Gelegen aan de noordzuid radiaal Utrechtsestraat-Westeinde-Van Woustraat is dit straatdeel heel geschikt voor commerciele functies. Het is breed en door het verplaatsen van de tramstop naar het Frederiksplein ontstaat een prachtige grote ruimte. De auto kan hier met gemak bij. De winkels, hotels en cafe’s zijn heel goed bereikbaar. De ruimte is ook zeer groen gemaakt door het toevoegen van de nieuwe bomen en de grasstroken. Het Frederiksplein zet als het ware door deze straat in. Voor de passant te voet en op wieltjes voelt het als een “park way” . Frederiksplein De tramhalte is gelegd in het park, waardoor het wachten aangenaam en rustig is, alleen de fontein klatert. De halte heeft ook meer comfort, bijvoorbeeld een parkkiosk met koffie, het wachten op de tram moet plezieriger zijn. Door het afbuigen van het autoverkeer, historisch verantwoord, wordt het park voor wandelaars en alles op wieltjes. Wellicht vermindert de omleiding van het autoverkeer het verkeer op de Weteringschans verderop vanzelf. De kruising met de Utrechtsestraat/Van Woustraat is een rotonde, waar de fietser lekker door kan fietsen. De verkeerslichten springen alleen op rood als de tram komt. Sarphatistraat tussen Amstel en Frederiksplein Het is breed en door het verplaatsen van de tramstop naar het Frederiksplein ontstaat een prachtige grote ruimte. De auto kan hier met gemak bij. De ruimte is ook zeer groen gemaakt door het toevoegen van de nieuwe bomen en de grasstroken. Het Frederiksplein zet als het ware door deze straat in. Voor de passant te voet en op wieltjes voelt het als een “park way”
-
(meer)

Goud voor Hout
-
2009 | Goud voor HoutVeem BelvedereAmsterdam Veemkade
-
Het Veem is een pakhuis uit 1898 dat diende voor op en overslag van luxe goederen uit de koloniën. In de jaren 70 van de vorige eeuw kwam het Veem leeg te staan en verloederde het snel. In 1981 werd het gebouw gekraakt en gerestaureerd en voorzien van nieuwe functies (70 bedrijven, kunstenaars, ambachtlieden,galerie, theater en café/restaurant). De kraaksituatie werd vrij snel 'gewit'. De gemeente Amsterdam verkocht het gebouw voor één gulden aan de vereniging van Vemers (Werkgebouw het Veem). Het Veem, ooit dus net gered van de slopershamer, is nu zowel Rijksmonument als een Gemeentelijk monument. Het doel van de vereniging Werkgebouw het Veem (kortheidshalve: het Veem) is het in stand houden van de monumentale gebouwen tegen een zo laag mogelijke huurprijs ten behoeve van een mix van huurders, alsmede het ontwikkelen van activiteiten voor de huurders, wijk- en stadsbewoners en anderen die als doel hebben een bijdrage te leveren aan de sociale samenhang, het sociaal culturele klimaat en de economische perspectieven van huurders/leden en wijk/stadsbewoners. Het project bestaat uit diverse onderzoeken en een serie ateliers. Het resultaat van het project is een ruimtelijk plan voor de cultuurhistorisch waardevolle Oude Houthaven in Amsterdam in relatie tot de omliggende wijken. Geïntegreerd in het ruimtelijke plan presenteren wij een sociaal, economisch en cultureel programma. Het ruimtelijke ontwerp en de programma-inhoud gaan vergezeld met een set beheerafspraken en convenanten, contracten en netwerkvorming tussen bedrijven/kunstenaars uit de creatieve industrie, woningcorporaties/ project ontwikkelaars, stad/stadsdeel, bewonersorganisaties en VVE’s, onderdelen van de gemeente Amsterdam en ontwikkelingsbedrijf (OGA). Bij het doen van onderzoek en het maken en presenteren van de plannen wordt gedacht aan kennisoverdracht en interactieve besluitvorming met een brochure, een manifestatie en audiovisuele producties. Met het Noordzeekanaal (1876) werden tegelijkertijd aan het IJ in Amsterdam de Houthavens gegraven. Aan de Oude Houthaven werden drie enorme pakhuizen gebouwd. Daarnaast verrees aan de Oude Houthaven de silo Korthals Altes behorende bij de stelling van Amsterdam. Achter deze gebouwen ontstonden nieuwe arbeiderswijken: de Spaarndammerbuurt en de Zeeheldenbuurt. De Oude Houthaven is een cultuurhistorische waardevolle plek in inrichting, functie en bebouwing, een toonbeeld van de Nederlandse handelsgeschiedenis. Maar de Oude Houthaven is ook de enige plek binnen een groot gebied in transitie waarvoor geen planvorming plaatsvindt. De haven, de gebouwen en de gebruikers moeten bij wijze van spreken lijdzaam afwachten wat straks de ruimtelijke, economische, sociale en culturele effecten zullen zijn van een compleet veranderde omgeving. De haven wordt omzoomd door drie oude monumentale pakhuizen, het Vierde pakhuis, de Silodam en de pontsteiger. De monumentale pakhuizen vormen een fysieke ruggengraat gevuld met cultuur en creatieve industrie. De Oude Houthaven is als het ware een historisch ‘waterplein’, met de aanliggende gebouwen vormt het een cultuurhistorisch middelpunt dat echter niet is geïntegreerd in de huidige stedenbouwkundige transitieplannen. Er gaan stemmen op om de binnenvaart weg te halen uit de haven. De ideeën die worden geopperd zijn eerder gebaseerd op vermoedelijke trends in vrijetijdsbesteding en niet zozeer op de cultuurhistorische kenmerken van de oude Houthaven zelf. De binnenvaart, belangrijk in het behoud van het historisch beeld van de haven, zal volgens die ideeën plaatsmaken voor ‘durfsport’ en aanverwante vrijetijdsbesteding. Werkgebouw het Veem ligt centraal in het gebied en kan als culturele overslagplaats en rijksmonument in de toekomstige ruimtelijke setting een belangrijke rol spelen. Dit project is een voorbeeld van ‘Slow City’ stedenbouw: door kleine fysieke ingrepen wordt de stedenbouwkundige setting aangepast aan de nieuwe situatie: een intelligente herdefiniëring van de rol die het historisch kwadrant en zijn gebruikers in de nieuwe setting moeten en kunnen gaan spelen. Het project is vernieuwend, omdat niet zo zeer gekeken wordt naar problemen, maar naar welke kansen er liggen in het leggen van ruimtelijke, sociale, economische en culturele verbindingen met een cultureel historisch waardevol gebied dat in menig opzicht de in transitie zijnde buurten van een nieuwe kern en historisch culturele ziel kan voorzien. Net als 27 jaar geleden zijn het de bewoners van Het Veem die het initiatief nemen om de cultuurhistorische waarde van het gebouw en de haven in te zetten voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van dit deel van Amsterdam.
-
(meer)

Park van de 21e Eeuw
-
2008 | Park van de 21e EeuwAanbestedingHaarlemmermeer
-
Werkend landschap De omvorming van productieve akkers naar het plezierlandschap van de 21ste eeuw is de volgende stap in de gelaagde geschiedenis van het landschap van de Haarlemmermeer. Het ontstaan van het meer door vervening en storm, de inpoldering van het bedreigende water, het gebruik van de hoogwaardige agrarische gronden, de grootschalige verstedelijking van de polder en de recente omvorming tot landschap voor vrijetijdsbesteding zijn mijlpalen in de ontwikkeling van het landschap van West-Nederland. In die zin kan de Haarlemmermeer worden beschouwd als pars pro toto voor heel Nederland en dienen als kraamkamer van landschappelijke ontwikkelingen. Hier is ruimte voor nieuwe ideeën, kan geïnnoveerd worden en kunnen prikkelende vragen worden gesteld. Vragen die aanzetten tot reflectie over het huidige en toekomstige gebruik van het eeuwenoude landschap. Waardering voor het cultuurhistorisch perspectief van het landschap bepaalt de voorkeur voor omvormen en vervormen van landschap boven nieuw creëren. Hoe gaat het uitgesproken innovatieve om met het authentieke, welke sporen uit het verleden worden gevolgd en welke bewust gewist? Verantwoorde implementatie van het nieuwe in het oude is daarbij leidend. schoonheid We zijn beland in een era van landschapsverandering, een tijd waarin de waarde van het landschap niet langer louter wordt afgemeten aan de potentiële productie maar steeds meer aan de potentiële consumptie. Schoonheid is een term die terugkeert in discussies over het landschap. Door verandering van de waardering ontstaat behoefte aan een ander evenwicht tussen kunst en cultuur, productie en natuur, tussen werken en recreëren. Een gebied dat stolt in een vormgeving verwerft een onderscheidende positie. Het toevoegen van doordacht ontworpen schoonheid in het afgebakende gebied geeft het de culturele lading die het als agrarisch productielandschap ontbeert. Schoonheid is een lokmiddel. En schoonheid ontworpen met natuurlijke bouwstenen, op deze monumentale schaal is een grote uitdaging. Het masterplan is in de eerste plaats een culturele daad. DS combineert de nuchtere kennis van landschap, beplanting en bodem met de hang naar poëzie, werkt op de raakvlakken met de moderne kunst en is deel van het internationale circuit van de landschapsarchitectuur. Dat maakt haar de geschikte architect van dit masterplan. experiment De intensieve landbouw maakt plaats voor andere bestemmingen, maar wat kan zin geven aan de vrijkomende ruimte? Het is interessant nog niet volledig afstand te nemen van de productieve periode maar nieuwe vormen van nuttig landgebruik te onderzoeken en te zoeken naar een mengvorm van productie en consumptie. Door de vrijkomende ruimte werkend landschap te maken, waar een schijnbare leegte wordt ingericht om te werken aan kwaliteitsverbetering van natuur en milieu of productie van bijzondere gewassen, worden mogelijkheden geopend om in een deel van het park op meer extensieve en experimentele wijze te blijven boeren. Haarlemmermeer en water horen bij elkaar en het watersysteem hoort dus een prominente rol te spelen in het park. Onderzoek kan wellicht een interessant onderwerp zijn. Kan het effect van verzilting, nu nog zo gevreesd, bijvoorbeeld een plaats krijgen in de het landschapspark, en worden onderzocht te midden van het plezierlandschap? Tauw is als adviseur in ons team opgenomen om kansen te onderzoeken waarmee het landschap nuttig kan blijven. Door de speciale focus op watertoepassingen kan het park de promotie van Nederland waterland wellicht een platform bieden. avontuur Voor de mens op zoek naar ontspanning en inspanning zal in het nieuwe plezierlandschap veel ruimte zijn. Maar plezier en verpozing op zich geven onvoldoende betekenis aan het landschap. Welke betekenis heeft dit plezierlandschap straks voor zijn omgeving? Het landschapspark zal behalve een fijn uitloopgebied voor de bewoners, ook een niche in de markt van de vrijetijdsbesteding bieden. Het landschapspark geeft de bezoekers andere en nieuwe combinaties van vrijetijdsmogelijkheden dan elders in de regio. Hierdoor krijgt het park een eigen imago en identiteit, wordt aantrekkelijk voor potentiële lokale en regionale bezoekers en zal voor een stijging van de grondwaarde van de omliggende gebieden kunnen zorgen. LAgroup weet wat op het gebied van leisure speelt. Ze hebben kennis van de markt en maken maatwerkvoorstellen, ontwikkelen op basis van thema’s en sferen scenario’s op en zijn op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het aanbod van en de vraag naar vrijetijdsbesteding. LAgroup schat in dat Schiphol steeds meer zal inzetten op transferpassagiers, die ze in de luttele uren een indruk van Holland mee wil geven (een VIPlounge van het luchthaven in een deel van het landschapspark?). Het landschapspark, op 5 minuten shuttle-afstand van Schiphol, zou daar uitmuntend op in kunnen spelen. Ook de wens van enkele culturele instellingen een dependance elders te vestigen, omdat ze in krappe historische binnensteden niet kunnen uitbreiden of experimenteren, is een relevante marktontwikkeling die LAgroup signaleert. Met LAgroup wordt een masterplan gemaakt waarbij functies en gebruikers – van meet af aan – in en op de (master)plankaart gezet kunnen worden. Verbeelding Het Park van de 21ste eeuw is met zijn 1000 hectares een extreem groot landschapspark. Het is zoals in bites uitgedrukt: niet giga, niet tera, maar Exa! De clusters van intensieve gebruiksvormen, die veel en frequent bezocht worden, kunnen als een kralenketting van pocketparks, inclusief superblocks en buiten(sport) voorzieningen, geplaatst worden in de randzone. Door het concentreren van intensiviteit in de randen ontstaat vanzelf het contrast met de extreem grote vrije ruimte (voor Exaland?). Ruimte komt beschikbaar. We geven de Nederlanders liever niet nog meer picknickweides die soms in festivalterreinen veranderen. We laten het tijdperk van de Volksparken achter ons en richten ons op een nieuwe parktypologie - het landschap dat voor ons werkt, eigentijds vormgegeven en natuur tegelijk, waar wat te ontdekken is maar waar ook festivals en picknicks mogelijk zijn. De centrale ruimte zal, ook exclusief randparken en bebouwing, zo extreem groot zijn dat een wandeling gemakkelijk uren kan duren. Het heeft de omvang om voor de ene bezoeker een welkome ontspanning te zijn en voor de andere een avontuurlijke trip – een exaland, experimenteel, in onbekend gebied. Wij willen een soort experimentele laag leggen over de centrale ruimte, en daarmee de leegte betekenisvol laten zijn. Stel dat delen van het landschapspark worden bestemd voor experimenten: Ik skate over brede asfaltbanen en zie: Op punten langs de paden staan meetapparatuur en onduidelijke bouwsels, branden soms lichtjes s nachts, ontsnapt een pluim stoom, zijn proefvelden tijdelijk afgesloten voor publiek en lopen onderzoekers gebogen over gewassen te noteren in hun blocnotes. Wat kun je kweken in zilte grond? Welke rietsoort zuivert het beste het afvalwater? Wat kun je doen met algen? Welke plant levert grondstof voor supervezels die de luchtvaart toe kan passen? Regelmatig is het mogelijk deel te nemen aan excursies onder deskundige begeleiding. Er ligt een prettige geheimzinnige zweem over het gebied. Het landschapspark dat wij voor ogen hebben wordt een verleidelijk landschap, een tikkeltje woest en op de toekomst gericht!
-
(meer)

Haarrijn Strand
-
2008 - 2009 | Haarrijn Strandgrenzend aan het Groene Hart en het Leidsche Rijn ParkLeidsche Rijn
-
Het strand van Haarrijn ligt in de uiterste noordelijke hoek van Leidsche Rijn, aan de noordoostzijde van de Haarrijnseplas, grenzend aan het Groene Hart en het Leidsche Rijn Park. Het strand en de parkeerplaatsen zijn zo vormgegeven dat het zowel in de winter als in de zomer een prettige plek zijn. de duinen zijn hierin cruciale elementen. Op het strand liggen in de overheersende windrichting, gedraaide duinen. Het zand wordt vastgehouden door een rij robuuste houten palen. De kunstmatige duinen maken het strand tot culturele plek met een aangename schaal. De duinen zijn spelaanleiding, een prachtig decor voor de flanerende mens en heerlijk om tegenaan te liggen. Vanaf het Leidsche Rijn Park gaat het strand over van intensief strandgebruik in een natuurlijker en groener ingericht deel richting het Groene Hart. In het eerste meer intensieve deel overheerst het strandgevoel door de aanwezigheid van zand. Meer richting de Maarssenseweg is gelegenheid om te liggen in het gras op de recreatiegrasvelden die vaak gemaaid worden. Waar mogelijk, in relatie tot de drukte, is een zekere verruiging van het gras gewenst, de verwachting is dat de gebruikersdruk in westelijke richting zal aflopen. Naast gras staan in dit groene deel ook bomen die voor aangename schaduw kunnen zorgen. Het zijn bomen van inheemse soort, zij komen ook voor in het aangrenzende landschap van het Groene Hart – Haarzuilens en verder. Op een drietal plekken ligt vanaf de strandrand een houten vlonderpad dat in de plas overgaat in een houten steiger. Dit element dient zowel als strandopgang en aanmeerplek als spelaanleiding. In de lengterichting van het strand slingert een houten vlonderpad. Dit pad is onderdeel van de recreatieve route rond de plas en naar het Groene Hart. Op het strand wordt een openbare vlonder van ruw hout gerealiseerd. De terrassen bij de commerciële voorzieningen worden van gelijksoortige vlonders gemaakt. Op één plek op het strand wordt een speelobject geplaatst. Het strand van Haarrijn is een unieke plek, leuk voor alle leeftijden.
-
(meer)

Oosterpark
-
2008 - 2010 | OosterparkVerdubbeling OosterparkAmsterdam Linnaeusstraat, Amsterdam
-
In stadsdeel Oost-Watergraafsmeer zijn diverse parken gelegen. In de afgelopen jaren hebben twee daarvan, Park Frankendael en begraafplaats De Nieuwe Ooster, een ware metamorfose ondergaan. Beide zijn ruimer opgezet, op bijzondere wijze verfraaid en opengesteld voor het publiek. Dit heeft veel waardering geoogst van zowel de bewoners van het stadsdeel als van bewoners van de rest van Amsterdam. De ambitie is deze succesvolle trend voort te zetten in het Oosterpark. In de huidige staat wordt het park in tweeën gedeeld. Aan de zuidzijde ligt een traditioneel stadspark, ontworpen zoals dit gebruikelijk was aan het einde van de 19e eeuw. In dit deel is het oorspronkelijke ontwerp van de gerenommeerde tuinarchitect L. A. Springer nog nagenoeg intact. Aan de noordzijde is een verstedelijkte zone ontstaan die een rommelige indruk maakt. Dit rommelige beeld heeft zijn weerslag op de beleving van het gehele park, waardoor de potentie van het Oosterpark niet volledig wordt benut.
-
(meer)

Verbeelding Cultuurhistorie Maasboulevard
-
2008 | Verbeelding Cultuurhistorie Maasboulevardbrokjes geschiedenis uitstrooienVenlo
-
Aan de Maasboulevard in Venlo worden tijdens onderzoek door ADC ArcheoProjecten in 2002–2005 een nederzetting uit de Romeinse tijd en een middeleeuwse stadsmuur ontdekt. Venlo was een logistiek kruispunt langs de Maas in de Romeinse periode en gedurende de Middeleeuwen, en in de stad heerste grote bedrijvigheid. De gemeente wil deze cultuurhistorische waarden en het collectieve geheugen van de stad uitdragen en breder bekendmaken. DS heeft hiervoor samen met ADC Heritage een ontwerp gemaakt, opgedeeld in een drietal projecten, dat op dit moment wordt uitgevoerd. Licht, speels, concreet en begrijpelijk: dat zijn de kenmerken van de brokjes geschiedenis die wij willen uitstrooien boven de Maasboulevard in Venlo. De dingen die verdwenen brengen we terug in relicten, in fragmenten, in fantasieën en inspiraties. Niet overdadig, niet opdringerig: in de drukte van de stad past terughoudendheid. We variëren de verschijningsvormen: taal, bestrating, 3D, een geheugensteunbeer, en herkenbaar alledaagse zaken. De inhoud prikkelt de linker én de rechter hersenhelft: poëzie en taal, feiten en cijfers. Project 1: Venlo, Vennelo, Venloo, Venlonum, Venlona, Venloa,... op de kademuur De namen die Venlo gehad heeft in de loop van de eeuwen ingelegd in de stenen muur: deze namen leggen een direct verband met de positie van Venlo als internationale handelsstad, als grensstad, als vestingstad, als stad aan de Maas door de eeuwen heen. De namen verwijzen naar de talen die gesproken werden in belangrijke perioden: Latijn, Frans, Spaans, Italiaans, Nederlands, Jiddisch, Duits. Project 2: De steunbeer als geheugensteunbeer/deksloof Op de kade, ter hoogte van de aanlanding van de brug, is tijdens de opgravingen een steunbeer van de vestingwerken gevonden. Vanaf de plek van de vondst is een prachtig zicht op de Maas noordwaarts en een zicht op de voormalige vesting Sint Michiel westwaarts. Vanaf dit punt kan de geschiedenis van Venlo, stad aan de Maas, nogmaals maar nu met een tableau worden uitgelegd. De voormalige vestingmuur is nu een betonnen waterkering. Project 3: De nieuwe poort als publieke ruimte of oog op de rivier Met een periscoop als monumentale naald in het Maaspark, een panoramisch beeld over de stad... en op de geschiedenis.
-
(meer)

Dal van de Goorloop
-
2008 - 2010 | Dal van de Goorloop Geldrop/ Mierlo, Noord-Brabant
-
Het dal van de Goorloop verbindt het landschap ten zuiden met het landschap ten noorden van Helmond. Via het dal wordt het landschap de stad ingetrokken, een landschappelijke scheg in de stad. Een scheg die niet scheidt maar alles opnieuw verbindt. Voor de nieuwe inrichting van het dal van de Goorloop wordt inspiratie gezocht in het Brabantse bekenlandschap zoals dat nu nog op sommige plaatsen zichtbaar is. Kenmerkend voor dit landschap zijn de vele elzensingels. Restanten van deze singels zijn hier en daar nog zichtbaar in het dal van de Goorloop. De elzensingels zijn het belangrijkste gereedschap waarmee het landschap wordt opgebouwd. De gewenste robuuste verbindingen voor ecologie, hydrologie en recreatie krijgen in dit landschap een plaats. Daarnaast wordt relatie tussen de omliggende wijken en het dal van de Goorloop versterkt, zo wordt de Goorloop daadwerkelijk aan de stad gehecht. Door verweving van stad en dal wordt de bestaande, vrij scherpe grens tussen stad en land verzacht. Het dal beweegt de stad in en de stad richt zich op het dal. De sfeer van het dal wordt voor een belangrijk deel bepaald door de landschappelijke kwaliteit van de randen. Niet alleen zorgen zij voor continuïteit van het dal maar ook zijn ze de verbinding tussen de stad en het land. Door een uitgebalanceerde inrichting waarbij een goede mix van openbaar versus privé en open versus besloten wordt nagestreefd zorgen de randen voor een goede afronding van het dal van de Goorloop. Waar gaten zijn ontstaan door stedenbouwkundige ingrepen of waar de stad nadrukkelijk de rug naar het dal gekeerd heeft worden de rafelranden geheeld. In het dal passende woningen worden zo gepositioneerd dat de kwaliteit van het dal verbeterd. De nieuwe woningen staan met hun blik gericht op het dal en dragen zo bij aan het hechten van de stad aan het dal. De ontsluiting van de woningen en het privégebruik van de gronden vindt plaats aan de achterzijde. Wonen aan de rand van stad wordt wonen aan de rand van het dal van de Goorloop.
-
(meer)

NS München
-
2008 | NS MünchenEin Schnitt durch die GeschichteMünchen
-
In April 2008 geeft de Stad Munchen de start voor de competitie Architectuur van het Documentatiecentrum voor de Geschiedenis van het Nationaal Socialisme. Ds neemt deel aan de competitie samen met Abbink de Haas architecten, DS maakt het ontwerp voor de buitenruimte. Betekenis en Functionaliteit zijn hierbij van het grootste belang.
-
(meer)

Parool Driehoek
-
2008 | Parool DriehoekBinnenstedelijke herontwikkelingAmsterdam Wibautstraat
-
Stedenbouwkundig plan (SP) in opdracht van Stadsdeel Oost Watergraafsmeer en onder leiding van Joan Busquets is DS verantwoordelijk voor de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte.
-
(meer)

Eraclea
-
2008 | EracleaWaterwonen en NatuurontwikkelingVenetië
-
Net ten noorden van Venetië ligt het vakantiedorpje Eraclea Mare, in de jaren 30 van de vorige eeuw gesticht door Mussolini en vernoemd naar Hercules. In de basis niet veel meer dan een reepje oude duinen langs het strand, grotendeels in gebruik als productiebos en met verder landinwaarts volgens het Hollandse poldermodel ingepolderd moerasgebied. Alles bij elkaar niet erg spannend, en dus de perfecte plek voor een nieuw landschap, een werkend landschap. Architectuurstudio HH is gevraagd deel te nemen aan een besloten ontwerpprijsvraag voor Eraclea Mare vanwege hun kennis en ervaring met het ontwerpen van drijvende woningen. DS heeft architectuurstudio HH geholpen een landschap te bedenken waarin de woningen konden drijven. In nauwe samenwerking hebben HH en DS een nieuw landschap opgebouwd waarin het volledig programma van eisen een plek heeft gekregen. Er is opnieuw moeraslandschap gemaakt als volgende stap in de reeks van landschapsontwikkeling. Hier wordt het water van de regio gezuiverd in het met riet begroeide natuurlijk zuiveringsmoeras. Het moeras creëert daarnaast een prachtige klimaatbuffer waar de nog onvoorziene effecten van de verandering van het klimaat kunnen worden opgevangen. De compositie van meren en bossen transformeert het gebied tot een landschap met een hoog absorberend vermogen; een landschap waarin woningen verrijzen en recreatieve activiteiten worden ontwikkeld zonder dat dit ten koste gaat van de groene uitstraling en de aangename ambiance. De nieuwe woningen en de recreatie dragen juist bij aan de bouw van het nieuwe landschap, zij zorgen voor verrijking van het Wetland. Alle huizen drijven en de golfbaan die hier wordt aangelegd vraagt speciale eisen aan de vaardigheden van de golfers. Evenwijdig aan het bestaande dorpje wordt een nieuwe kustlijn gemaakt, uitsluitend bereikbaar voor boten en wandelaars. Vanaf hier is het maar 30 minuten varen naar Venetië, toeristen en bewoners van Eraclea kunnen even voor een snelle lunch naar de stad en Venetianen kunnen komen golfen in Eraclea.
-
(meer)

Landgoed de Hartekamp
-
2008 | Landgoed de HartekampAnalyse en visievormingHeemstede
-
inleiding Samen met Landschap Noord-Holland heeft DS een studie verricht naar de waarden en kansen van de Hartekamp. De studie mondt uit in een visie voor de Hartekamp die geldt als leidraad voor toekomstige ontwikkelingen op de buitenplaats. Het resultaat van studie en visie is een Ruimtelijk Programma van Eisen dat wordt ingezet als landschappelijk kader waarbinnen de voorgenomen bouwactiviteiten op de Hartekamp zich kunnen ontwikkelen. het project De komende jaren verandert er veel op de Hartekamp. Verschillende bouwopgaven die op stapel staan en de voorgenomen verkoop van delen van het terrein, waaronder het hoofdgebouw, aan particulieren maken de toekomst ongewis. Onder de bezielende leiding van LNH wordt er in ieder geval voor gezorgd dat de landschappelijke kwaliteiten van de Hartekamp stevig overeind blijven. De Hartekamp kan dan uitgroeien tot een recreatief en ecologisch knooppunt van groot belang voor Zuid-Kennemerland. Buitenplaats de Hartekamp ligt op een landschappelijk knooppunt in Zuid-Kennemerland op de grens van Heemstede en Bennebroek. De buitenplaats is zowel onderdeel van de landgoederenzone langs de Herenweg tussen Bennebroek en Haarlem als belangrijke schakel in de reeks landgoederen en buitenplaatsen tussen de Haarlemmermeer en de duinen. Deze oost-west reeks, die verder bestaat uit Huis te Bennebroek, De Overplaats en Leyduin, vormt de kortste verbinding tussen de droogmakerij en de duinen. Het is een belangrijke verbindingszone voor de ecologie en een nog verder te ontwikkelen recreatieve verbinding. Landschap Noord-Holland, beheerder van deze groengebieden, heeft een belangrijke rol bij het tot stand komen van de verbinding. Met het sluiten van de pachtovereenkomst voor de Hartekamp is de nog ontbrekende schakel aan de reeks toegevoegd. De positie van de Hartekamp in de landgoederenzone van Zuid-Kennemerland bepaalt voor een belangrijk deel de waarde van het landgoed. De relatie met de directe omgeving en met name de Overplaats van de Hartekamp, is daarbij heel belangrijk. De band wordt in de loop van de komende jaren weer grotendeels hersteld. Een andere belangrijke historische relatie bestaat er met het Huis te Manpad. Eeuwenlang hebben bewoners van beide buitenplaatsen lief en leed gedeeld. In de huidige inrichting van het landgoed is deze band nog altijd voelbaar. Vooral de sfeer die nu nog op Het Huis te Manpad heerst is belangrijk als inspiratie voor herinrichting van de Hartekamp. Door middel van onderzoek van oude kaarten, tekeningen van de Hartekamp zowel als topografische kaarten, is een analyse gemaakt van de ontwikkelingen van de buitenplaats door de eeuwen heen. De historische kern van de Hartekamp wordt gevormd door het landhuis, van oorsprong 17e eeuws, en de voornamelijk 19e eeuwse parkaanleg er omheen. De historische zichtlijnen richting Leidse Vaart en Overplaats, al herkenbaar in de tekeningen uit de 18e eeuw van de buitenplaats, zijn recentelijk in ere hersteld. De overige elementen uit deze vroege periode van de Hartekamp zijn niet meer aanwezig. De historisch relevante bouwwerken in de directe nabijheid van het landhuis dateren uit de 19e eeuw. Deze bouwwerken zijn onderdeel van de 19e eeuwse parkaanleg. Door de historische gebouwen en hun redelijk gave omgeving heeft dit deel van de buitenplaats nog een authentiek karakter, met goede kansen tot verbetering. Hier is de sfeer van de buitenplaats nog goed voelbaar. Het terrein ten noorden van de historische kern, tot aan de gronden van Huis te Manpad, is vanaf 1903 onderdeel de Hartekamp. Het bestaat voor het overgrote deel uit bos met een min of meer natuurlijk karakter en verschillende open ruimtes met kinderboerderij en moestuinen. Centraal in het bos liggen de woon- en verblijfsgebouwen van de zorgbehoevende bewoners van de Hartekamp. Deze 20 ste eeuwse paviljoens maken door de huidige positionering van de gebouwen geen wezenlijk onderdeel uit van het buiten. De komende jaren worden de paviljoens vervangen en verrijst een moderne Zorgwijk. De hier nieuw te bouwen appartementencomplexen zijn ontworpen als onderdeel van het landschap, het zijn huizen in het bos. Het verschil in identiteit tussen historische gebouwen en de nieuwbouw kan daarbij als positieve waarde worden ontwikkeld.
-
(meer)

Limesweg, het boek
-
2007 - 2008 | Limesweg, het boek Nederland
-
De Limesweg, de grensweg van het Romeinse Rijk, is het grootste archeologisch relict in Nederland. De weg ligt vrijwel geheel verborgen in de ondergrond en is verspoeld door de rivieren. Dit boek bevat gedetailleerd kaartmateriaal, met cruciale GPS-coördinaten, essays van archeologen, ontwerpers, historici en anekdotes van bewoners. 'Limesweg' hoort thuis in de boekenkast van de 3722 eigenaren! Het boek bevat ook onmisbaar feitenmateriaal voor planners, bestuurders, ontwerpers en geïnteresseerden die met dit onzichtbare fenomeen te maken krijgen. Immers, een kwart van het traject ligt in gebieden die in de nabije toekomst herontwikkeld gaan worden. Dit boek wordt financiëel mede mogelijk gemaakt door: Hoofdsponsor: Wienerberger BV, Stimuleringsfonds voor Architectuur, op grond van de Regeling Projectsubsidie Belvedere, Programmabureau de LIMES, Projectbureau Belvedere, Rijksdienst voor Archeologie Cultuurlandschap en Monumenten (RACM), VSBfonds, Kf Heinfonds en Toon Ebben boomkweker.
-
(meer)

Fliertdal
-
2007 | Fliertdalruimte voor ontwikkelingTwello
-
De oostrand van Twello ondergaat een metamorfose. Een rand van vage achterkanten wordt getransformeerd tot een landschap met een duidelijk profiel. Dorp en land raken verweven tot één hoogwaardige dorpsrand langs het Fliertdal. Niet langer achterkant maar de kern van een gebied waar wonen, werken en recreëren elkaar aanvullen en versterken tot een landschap waar wordt geleefd. Een landschap met lading. Het landschap van het dal van de Fliert in Twello, in de Gelderse gemeente Voorst, zal de komende jaren veranderen. Nieuwe vormen van wonen, natuur, recreatie en andere vormen van agrarisch grondgebruik zullen het gebied een andere sfeer geven. De Fliert krijgt de ruimte uit te groeien tot een echte beek, de levensader van het dal. De landerijen langs de beekloop worden afwisselend benut voor landbouw, natuur en waterberging. Wandelpaden bieden recreanten de gelegenheid het beekdal van dichtbij te ontdekken. De historische opbouw van het oorspronkelijk kleinschalig beekdal wordt hersteld. Op de hogere gronden liggen de woongebieden te midden van landgoederen en boerderijen, de weidegronden op de lager gelegen gronden worden omzoomd door heggen en direct langs de beek liggen de natte hooilanden. Door nieuwe Fliertheggen rond de percelen groeit een kleinschalig landschap, recreatief en ecologisch aantrekkelijk. Op de hogere gronden kunnen houtwallen en hakhoutbosjes worden aangeplant waardoor de landgoederen en boerderijen niet geïsoleerd liggen maar onderdeel worden van het Fliertdal. De bosjes en hagen vergroten het landschappelijk laadvermogen waardoor ontwikkelingen als woningbouw van de Schaker mogelijk worden met behoud van karakter en kwaliteit. Agrarisch grondgebruik blijft de sfeer in het Fliertdal bepalen. De landbouw geeft betekenis aan het gebied en houdt het landelijk karakter duurzaam in stand. De landbouw is als altijd de verbindende schakel tussen de functies. Voor grootschalige, reguliere landbouw zijn de mogelijkheden in het Fliertdal beperkt. De boeren van de toekomst zullen zich daarom richten op een verbrede vorm van landbouw. Met natuurvriendelijke, kleinschalige teelt van streekeigen producten richten zij zich op de nabij gelegen afzetmarkt. Het ommetje eindigt bij de boer om zelf appels en kersen te plukken in de nieuwe boomgaarden. Een breed scala aan Fliertdal streekproducten is te koop bij de landwinkel. De Fliertdalboeren zorgen, samen met vrijwilligers uit het dorp, voor het onderhoud van heggen en hakhout, als vanouds!
-
(meer)

Voorsterklei
-
2007 | Voorsterkleigevormd door de dynamiek van het rivierenlandschapVoorst
-
Studie in het kader van de planvoorbereiding op het Ruimte voor de Rivier project bij Voorst-Zutphen-Brummen. Het uiterwaardengebied van de Voorsterklei is diepgravend geanalyseerd teneinde de karakteristieke eigenschappen van het gebied aan het licht te brengen als basis voor verdere planvorming. De belangrijkste aanbeveling is om de cultuurhistorische en natuurlijke waarden te combineren met de wateropgave en daarmee het geheel te versterken. De analyse laat zien dat hiervoor juist in dit gebied grote kansen liggen. Het landschap rond Voorst is gevormd door de dynamiek van het rivierenlandschap. De IJssel heeft in het verleden regelmatig zijn loop veranderd binnen het brede stroomgebied. De rivier zette het meegevoerde zand af op de rivierduinen (de hogere gronden waar ook Voorst op gelegen is); in de lagere delen werd rivierklei afgezet (De Voorsterklei). De grens tussen de beide grondslagen is in het landschap zeer duidelijk af te lezen. Hij valt exact samen met de grens tussen de bossen van landgoed De Poll en de Nijenbeker Klei in het noordelijk deel, en de dorpsbebouwing van Voorst en het landbouwgebied van de Voorsterklei in het zuidelijke deel. Het vrij abrupte hoogteverschil bij de kerk van Voorst is hiervan wellicht het mooiste voorbeeld. Daarnaast zijn binnen het rivierkleigebied nog diverse uitbollende, noord-zuid gerichte stroomgeulen en opduikingen te herkennen: een duidelijke representatie van de invloed van de IJssel. Eén van de laatste stroomgeulen van de IJssel is de Oude IJssel/Hoendernesterbeek; de zuidelijke begrenzing van de Voorsterklei. De oude dijk- en waterstructuren, waarbij de Voorsterbeek direct uitmondde de IJssel, precies op het punt waar kasteel Nijenbeek zich bevond, geven aanleiding om de kansen van waterberging te combineren met het zichtbaar maken van cultuurhistorische waarden.
-
(meer)

RAI & Beatrixpark
-
2007 | RAI & BeatrixparkMasterplanAmsterdam Beatrixpark
-
Het masterplan behelst een grote aaneengesloten publieke ruimte onder te verdelen in vijf deelgebieden met ieder een eigen sfeer en eigenaar: 1. Connector nieuwe noord-zuid verbinding over de A10 voor fietsers en voetgangers met als hoogtepunt de Zwaaikom. Ruimte voor reeks kleinere tuinen. 2. Beatrixpark Historisch monument in engelse landschapsstijl (verhullen en onthullen door middel van doorzichten, cultuurlandschap). Groene oase in de stad. 3. Waterrijk gedeelte ruig nat weiland, aan de voet van de Zuid-as. Vrije ruimte om te struinen. 4. AFC Stads-sportpark ruimte voor spelen, de mens staat centraal. Tribune en veld tegelijk. 5. RAI: Expositiepark immense robuuste ruimte met verfijnde details. Doorgangsgebied dat ook verleidt om te verblijven. Mooi vol en mooi leeg. 6. Structuren het water loopt door, overzijde Boerenwetering en Zwaaikom zijn verbonden met parkstructuur. KADE Vanuit de RAI: Boerenwetering is vormgegeven als voortzetting Masterplan RAI (robuuste, functionele ruimte). Vanuit gebruik: De Boerenwetering is onderdeel van de parksfeer (Struinen, wandelroute, kopje koffie). ZWAAIKOM Vormgegeven vanuit park, het park steekt over. Ontspannen, uitnodigende ruimte met openbare functies. Grand Park entree met romantische teint.
-
(meer)

Blaricummermeent
-
2007 | BlaricummermeentHet beste van Blaricum ontkiemt zich in de BlaricummermeentBlaricummermeent Blaricum, tussen A27 en Huizen
-
Hoe kunnen we het beste van Blaricum opnieuw laten ontkiemen in de Blaricummermeent? Een aantal ruimtelijke karakteristieken zijn overgenomen van het oude Blaricum. Lagere hagen aan de weg, hogere hagen tussen de percelen, donkere bakstenen verharding, zicht op achterliggend landschap door de gebouwde volumes niet in de as van de wegen te plaatsen en altijd een boom in het perspectief die achter de woning uitkraagt. Het gebied wordt geïnterpreteerd als een, nog te ontstaan rivierdal; de hogere gronden zijn droog en de lagere gronden hebben een watersfeer. Het hoge droge deel heeft veel verwantschap met het oude dorp Blaricum. De sfeer is rood, warm en robuust hetgeen is vertaald in materialen riet, grijze leien en rood zink, donkere bakstenen gevels en rood gebladerde hagen en bomen. De nieuwe waterloop straalt een frisse groene invloed uit op het oostelijke deel. De rivier is tot ver in het plangebied voelbaar. Op de daken liggen groene leien en riet, de gevels zijn groen en grijs en de hagen en bomen fris groen. De kavels direct aan de rivier hebben een meer ruige natte sfeer. De tuinen aan het water hebben een rand van riet en moerasplanten, els en wilg en alleen kleine steigers die toegang geven tot het water. Het effect van een dal is vertaald in de wijze waarop de fietsbrug over het water ligt. De brug reikt naar het waterniveau. De pleinen in het gebied zijn verwijdingen in het wegprofiel. De klinkers zetten erin voort, de verharding is verbijzonderd door toevoeging van klinkerformaat natuursteen verspreid over het vlak. Het plein krijgt daardoor een luxueuse uitstraling en de sfeer van een verblijfsplek zonder dat het zich architectonisch loswerkt van het stratennetwerk. De sfeer blijft zo ontspannen en dorps.
-
(meer)

Linnaeustuin
-
2007 | Linnaeustuin Heemstede
-
De Tuinen van Linnaeus krijgen hun oorspronkelijke vorm terug. Hagen en sloten omsluiten de Tuinen en maken de contouren zichtbaar. Houten bruggen maken de Tuinen toegankelijk. De belangrijkste paden door de tuinen worden uitgevoerd in gemaaid gras. Een deel van de tuinen wordt uitgevoerd als licht verdiept grasveld. De beschutte ligging in de luwte van het duin en de omliggende hagen maken dit veld een ideale picknickweide. In het vroege voorjaar is het veld bezaaid met boshyacinten en sneeuwklokjes. Aan de overzijde van de centrale sloot ligt een kleiner veld ingezaaid met veldbloemen als de klaproos, korenbloem en margriet. De akkertjes langs de oostelijke haag zijn de meest letterlijke vertaling van de oorspronkelijke tuinen. Traditionele akkergewassen met bijbehorende akkerkruiden zorgen voor een kleurrijk en afwisselend beeld. Hier worden granen als spelt, gierst en rogge ingezaaid die er vroeger ook werden geteeld. Witte narcissen zorgen voor een statig voorjaarsaspect. De twee tuinpoortjes, relicten uit de 18e eeuw, worden niet gereconstrueerd. Het paadje dat onder de poortjes doorloopt verbindt de Tuinen met het duin langs de Herenweg en de Bomenweide. Op de erfgrens met het terrein van de Linnaeushof komt een eenvoudig hekwerk begroeid met klimop, bosrank en kamperfoelie. In de loop van de komende jaren wordt verdere invulling aan de tuinen gegeven om ze beter aan te laten sluiten bij de tuinen uit de tijd van Linnaeus. Samen met geïnteresseerde partijen, overheden, verenigingen en bedrijven, worden initiatieven opgestart, gesponsord en uitgevoerd. De bouw van een plantenkas op de plek van de kas waar Linnaeus veel werk verricht heeft of de restauratie van een ijskelder uit de tijd van Clifford zijn hiervan mogelijke voorbeelden.
-
(meer)

De Overplaats
-
2007 | De OverplaatsLandgoed de HartekampHeemstede
-
Het gebied dat nu bekend staat als De Overplaats heeft in de loop der eeuwen grote gedaantewisselingen ondergaan. De oorspronkelijke duinen worden in de 17e eeuw omgevormd tot hoogwaardige cultuurgronden ten dienste van de blekerijen. In de 18e eeuw wordt het gebied onderdeel van landgoed de Hartekamp aan de overkant van de Herenweg. De Overplaats van de Hartekamp wordt in de 18e eeuw ingericht volgens de strakke, geometrische mode van deze tijd. In de 19e eeuw blijft het onderdeel van de Hartekamp maar wordt de Overplaats ingericht als arcadisch landschap. In de loop van de 20e eeuw wordt de Overplaats in delen verkocht en verschijnen er diverse appartementencomplexen en landhuizen. Het resterende deel wordt aanvankelijk ingericht als tentoonstellingspark voor bloembollen maar raakt in de loop van de 20e eeuw steeds meer in verval. Het begin van de 21e leidt een nieuwe periode van bloei in als Landschap Noord-Holland een groot deel van de Overplaats in eigendom krijgt. Een begin wordt gemaakt met herstel van de oude luister van de Overplaats. De historische relatie met de Hartekamp, feitelijk reden van bestaan van de Overplaats, is essentieel om in het heden en de toekomst het rijke verleden van de Overplaats te kunnen duiden. Omgekeerd geldt hetzelfde, een belangrijk deel van de geschiedenis van de Hartekamp heeft zich met name op de Overplaats afgespeeld. Immers hier heeft Linnaeus, beroemd Zweeds arts en botanicus, zijn onderzoekswerk verricht. Het verhaal van de Overplaats wordt verteld als verhalen in de tijd. Elk tijdperk krijgt zijn eigen verhaallijn die ook letterlijk wordt vertaald in een wandeling per tijdlaag. Van elke tijdlaag worden de meest relevante en zichtbare elementen hersteld of soms opnieuw gebouwd. De bleekvelden, waarmee de glorierijke tijd werd ingezet worden weer vochtige graslanden, de droogbergen worden weer zichtbaar als berg. De Theekoepel van Clifford wordt weer een belangrijke blikvanger vanaf de Hartekamp, de tuinen waar Linnaeus zijn belangrijke onderzoekswerk verrichte krijgen een moderne invulling, het Amfitheater wordt theater voor concert en toneel. De romantisch slingerende laantjes van Zocher worden weer zichtbaar, de Zwitserse brug waar Frederik van Eeden zijn lofzang op dichtte is herbouwd. De tijd herleeft en is opnieuw beleefbaar. Met het verleden als bron van inspiratie wordt een nieuwe laag toegevoegd, de Overplaats als park van de 21e eeuw.
-
(meer)

Concours du Crêt-du-Locle
-
2007 | Concours du Crêt-du-LocleLevende tapijtlagenLa Chaux-de-Fonds
-
”Levende tapijtlagen” is het concept voor de competitie voor Cret-du-Locle (Zwitserland), het radicale uitgangspunt stelt voor om landschap te bouwen door gelaagdheid aan te brengen, tapijtlagen van inheemse, ecologische structuren waarin ruimtes kunnen worden gecreëerd voor accommodatie van architectuur en infrastructuur. De lagentechniek integreert de diverse informatiestromen en vormt zo een database van biotopen, geologie, hydrologie, cultuurhistorie en nieuwe vraag naar ontwikkeling en infrastructuur, ze linkt de twee stadscentra van Cret-du-Locle en La Chaux-de-Fonds, geboorteplaats van Le Corbusier en beroemd om haar horloge-industrie. Door met haar voorstel het landschap bovenaan de ruimtelijke hiërarchie te plaatsen, creëert DS nieuwe kansen voor de architectuur: In het centrale gebiedsplan rijzen “landscrapers”, deels onder het maaiveld uit de grond, in de houten vallei dansen de hellende gebouwen op peilers tussen de bomen.
-
(meer)

Texels bouwen
-
2007 | Texels bouwenRuimtelijke uitwerking - Task Force RuimtewinstTexel: De Cocksdorp, Oosterend
-
Uitgangspunten: - Met bouwen kun je het dorp verfraaien, van binnenuit en vanuit het landschap gezien. - Met gericht ontsluiten kun je de toegankelijkheid naar en vanuit het ommeland vergroten. - Een dorp wordt gebouwd in kleine stappen, individuele korrels maken het dorpssilhouet. Ontwerpmiddelen: . Maak gebruik van Texel’s specifieke bouwvormen . Leg vrijetijdsfuncties centraal in het dorp . Leg wandelpaden aan rond het dorp om de relatie tussen dorp en ommeland te verbeteren Texelse bouwvormen vertaald naar een typologie: Het schaap: het gebouw staat met de rug in de hoge beplanting, beschut tegen weer en wind en heeft toch uitzicht. De focus: een straat met aan weerszijden lintbebouwing uitmondend in het weidse landschap, een pad direct het ommeland in. De grens tussen dorp en landschap wordt sterk gedramatiseerd. De grote jas: het huis met een grote tuin, grote bomen en plek voor een moestuin, erf, ruime parkeerplaats of ponyweide. Divers grondgebruik versterkt het rurale karakter in het dorpsbeeld. Het bedrijf aan huis: de boerderij als metafoor voor het woonhuis met werkgebouwen, in een setting waarin het huis ook los van de werkgebouwen verkocht of verhuurd kan worden.
-
(meer)

Agrohort Rheinbach
-
2007 | Agrohort RheinbachOnderzoeks en productielandschap met XXL-schuren als beeldmerk in het landschapStandort Klein-Altendorf
-
De toekomstige bundeling van onderwijs en onderzoeksinstituten in Standort Klein-Altendorf, met verschillende functies en richtingen betekent een extra vraag naar bruikbare kavels en gebouwen. Het integreren van dit nieuwe landbouwkundige instituut in het traditionele kleinschalige landschap vergt investeringen in het landschap en dat is een kans. De integratie is een zeer zinvolle bijdrage aan de Regionale 2010, het draagt bij aan meer begrip voor ontwikkeling van natuur en cultuurlandschap in de regio Keulen/ Bon. Voor Standort Klein-Altendorf is een ervaarbaar en begaanbaar onderzoeks en productielandschap voor land en tuinbouw tot stand gekomen, dat zich voegt in het omringende landschap. Het gebied onderscheidt zich van de omringende boerenbedrijven doordat het opengesteld is voor bezoekers en een fijner padennetwerk heeft dan de omgeving. De XXL-schuren zijn straks het nieuwe beeldmerk. Het instituut heeft een agrarische attractie in het hart, waarin voor deze regio nieuwe vormen van grondgebruik worden getest en waar de hoogspanningsmast staat die van veraf te zien is. De veiligheidsmaatregelen ten aanzien van de scheiding tussen privé en openbaar zijn met een logische geleiding van de bezoekers over het terrein op landschapsarchitectonische geïntegreerd. Op de erven komen bezoeker en instituut met elkaar in contact. De sfeer, de stedenbouwkundige setting en de nieuwste architectonische iconen, de XXL-schuren, maken deze plekken tot heldere ontvangstlandschappen. Het nieuwe Standort zal een bouwsteen zijn voor de lange termijn, passend binnen het thema van de Regionale 2010. Het ontwerp is een waardevolle bijdrage zijn aan de Rheinsche Wereldtentoonstelling.
-
(meer)

Homeruspark
-
2007 | HomerusparkArcheologisch veld met buitenkamersAlmere
-
Wie aan Almere denkt, denkt aan polder, aan een gebied waar eerder de zee spoelde, de Zuiderzee. Weinig mensen zullen weten dat de zeespiegel sinds het einde van de laatste ijstijd al vele tientallen meters is gestegen. Waar nu de Noordzee ligt, lag vroeger land, waardoor je van Nederland naar Engeland kon lopen. Het ca. 10.000 jaar oude landoppervlak van Almere bestond uit talloze grotere en kleinere heuvels, zandruggen en lager gelegen vlakten. Hoewel van dat oude landschap niet veel valt te herkennen zijn sporadisch wel archeologische resten van haar eerste bewoners terug te vinden. Het archeologische veld wordt vrije ruimte en natuur. Rondom de plek liggen de thematische buitenkamers vol programma. Het archeologische veld biedt rust aan de bezoeker en ruimte om na te denken. De buitenkamers zijn een verlengde van de omringende woonwijk. Het veld strekt zich uit over de hele breedte van het plan en lijkt bijna gratuit aan haar omgeving te raken. Dat gegeven werd als uitgangspunt genomen bij de conceptbenadering
-
(meer)

Pays landes Nature Côte d’Argent
-
2007 - 2010 | Pays landes Nature Côte d’ArgentGebiedsontwikkeling op grote schaal met duurzame economische ontwikkelingsmogelijkhedenAquitaine
-
Intergemeentelijk samenwerkingsverband van 23 gemeentes van Arcachon tot Bayonne Het studiegebied staat aan de vooravond van een grote transformatie. De bevolking zal naar verwachting binnen 30 jaar verdubbelen en er liggen grote opgaven voor natuur, het controleren van de zandduinen en het diversificeren van de werkgelegenheid. Hoe is deze grote transformatie te stroomlijnen zonder de belangrijke locale kwaliteiten en sociale verbanden te overstemmen, en het gebied haar eigen karakter te laten behouden? We benaderen deze opgave vanuit de drie componenten van duurzaamheid: Authenticiteit, Diversiteit en Innovatie. Authenticiteit behelst het onderzoeken en definiëren van de kwaliteiten die het diep gewortelde karakter van het gebied bepalen, kortom de <i>genius loci</i>. De component diversiteit is het zoeken naar nog verborgen of marginale kwaliteiten, die versterkt en verrijkt kunnen worden. De innovatiecomponent brengt inspiratie vanuit andere plekken naar het studiegebied. Het doel van deze studie is het combineren van de drie componenten tot een duurzaam geheel. Een geheel dat leidt tot een gezonde, gediversifieerde economie; een sterke ruimtelijke en sociale structuur binnen de dorpen en steden, die nieuwkomers kan opnemen zonder identiteit te verliezen; en een robuuste basis van natuur en landschap, met voldoende ruimte en mogelijkheden voor menselijke activiteit.
-
(meer)

2 Stadsparken Tripoli Libië
-
2007 - 2009 | 2 Stadsparken Tripoli Libiëzonering in landschapseenhedenTripoli 32°43'33.01"N; 13° 9'55.50"O
-
Sadi Almasri, een van de twee parken, gelegen aan de buitenkant van het stedenlijke centrum van Tripoli, is als een sieraad midden in de woestijn. Een Vijf-Zintuigen-Tuin golft door de centrale zone van het park en verspreidt daarbij haar beplanting die horen bij en geuren naar de woestijn. Aan de noordzijde liggen diverse circels in de grond die functioneren als vliegende tapijten, zij nodigen de bezoeker uit zich te vleien in het landschap. Aan de zuidzijde liggen sinaasappel- en olijfboomgaarden waar men kan luieren, lezen en sporten. Dit alles wordt door een boven de grond verheven promenade doorkruist, met aan het einde een oase – als een lichtgevende broche opgespeld in een borduurwerk. De vele gebouwen zijn geïnspireerd op de traditionele architectuur van Libië
-
(meer)

ISLA
-
2007 | ISLAIntegrated Strategic Landscape AnalysisNone
-
ISLA is een zeer belangrijk gereedschap in ons dagelijks werk, het verweven van ecologie, archeologie, watermanagement en de vraag naar woningbouw tot een sterk en samenhangend landschap. De term ISLA vat onze aanpak, gebaseerd op 15 jaar praktijkervaring samen. Met de ISLA methodologie zijn we in staat om de specifieke parameters van een gebied in een meervoud van lagen vast te stellen. Door het construeren van het fysieke, historische en ecologische verhaal van de plek creëren we een structuur, een kader voor duurzame planning. ISLA is een analytisch gereedschap voor beleidsmakers opdat zij goed geïnformeerd strategische plannen kunnen maken voor hun gemeente. De denk- en werkwijze van ISLA heeft zijn oorsprong in het werk van pionier in landschapsarchitectuur Ian McHarg (Universiteit van Pennsylvania). Met zijn vroege analyse (begin 20e eeuw) van de verschillende informatieve lagen, onmisbaar bij gebiedsonderzoek, is een methode ontstaan die DS voort wil zetten. ISLA begint met een analyse waarbij de informatieve lagen als families gegroepeerd worden: Geografie, Cultuur en Ecologie, met subgroepen lopend van archeologische periodes, bevolkingsdemografieken en economische bewegingen tot specifieke biotopen. De gegevens worden verzameld met behulp van grafische programmatuur zodat de verschillende lagen naast elkaar kunnen worden gelegd en een gedetailleerde cartografische analyse mogelijk wordt gemaakt. Door middel van dit zorgvuldige lagenonderzoek kunnen conclusies worden getrokken, kansen worden ontdekt en strategieën worden ontwikkeld. De tweede fase van ISLA heeft vooral te maken met gebiedsontwikkeling en integrale planning. Door een verhaal te creëren dat bestaat uit meerdere lagen, komen er verschillende scenarios naar boven die de basis kunnen vormen voor toekomstige wensen en behoeftes. Het is onze rol om ons voor te doen als verhalenvertellers, mediators, bij de uitdaging waar gemeentes vandaag de dag mee geconfronteerd worden: de noodzaak van groei en ontwikkeling aan de ene kant en de kostbare ecologische en archeologische structuren aan de andere kant. Om de juiste beslissingen te nemen hebben we het complete verhaal nodig, eenvoudig uitgedrukt: om te weten waar we heen gaan moeten we weten waar we zijn geweest. De cartografische synthese omvat de kwaliteiten en historische ontwikkeling van het landschap, de ruimtelijke ontwikkeling, gebieden van cultureel belang en evolutie van land-use. We hebben heel concrete doelen ten aanzien van mens en gemeente: ruimte vinden voor woningbouw en bouw van kantoren evenals voor infrastructuur en transport, maar het moet het best-passende scenario zijn, optimaal in harmonie met de beperkingen en benodigdheden voor het historische en ecologische belang. Bij het voeden van culturele groei komen er ook kansen naar boven, dankzij deze rijkere kennis van de ecologische en historische identiteit van een gebied. Wat maakt een gebied een gebied? DS neemt de positie in waarbij ontwikkeling moet worden gezien als een bouwen aan„ en versterken van het landschap in de breedste zin van het woord. In dichtbebouwde gebieden als in Nederland wijst een landschappelijke onderlegger ons op het belang van historische continuïteit en de ontwerpdenkwijze daarbij. DS gebruikt ISLA voor een betere begeleiding van onze opdrachtgevers, voor beter advies en bemiddeling bij complexe ruimtelijke processen. We hopen hiermee volledig gerealiseerde gebieden te creëren die in verband staan met de geschiedenis en de natuur, waar bewoners willen blijven, willen koesteren nu en in de toekomst.
-
(meer)

Twello De Schaker
-
2007 - 2011 | Twello De Schakerlandschappelijke onderleggerTwello 52°13'43.58"N; 6° 7'14.98"O
-
Aan de oostrand van Twello wordt een vage dorpsrand getransformeerd tot een nieuw landschap. Wonen, werken en recreëren maken samen een landschap waar wordt geleefd. De Fliert wordt een echte beek, het beekdal wordt benut voor landbouw, waterretentie en natuur. Hierlangs groeit De Schaker, hier wordt gebouwd aan het woonlandschap van de 21ste eeuw: wonen aan het Fliertdal. De Schaker Aan de rand van het Fliertdal ontstaat een nieuwe manier van bouwen aan het landschap, hier groeit De Schaker. De Schaker is een vorm van landschappelijk stedenbouw die een optimale menging van wonen, werken en recreëren mogelijk maakt. Het is in zekere zin een vervolg op Achter 't Holthuis maar het gaat een stap verder. Wonen in Achter 't Holthuis is als wonen op een landgoed, de randen van de wijk zijn echt randen die zorgen een aangename geborgenheid. Er is contact met het omringende land maar dit is bewust beperkt tot een klein aantal specifieke plekken. Wonen in De Schaker is wonen op de rand van het Fliertdal met zicht op het beekdal. Het landschap biedt ruimte en vergezichten. De woonwijk kent geen randen, er is in feite zelfs geen woonwijk. De Schaker is een woonlandschap, wonen in het landschap als bouwsteen van het landschap. Hakhoutbosjes, heggen en houtwallen versterken de identiteit en kwaliteit van het landschap en vergroten het landschappelijk laadvermogen. Tussen akkers met graan en weilanden met koeien liggen de groene woonvelden met zorgvuldig ingepaste woningen, echt wonen in het landschap. De woningen hebben contact met het Fliertdal maar drukken er geen stempel op. Vanuit het Fliertdal gezien staan de woningen verscholen tussen de houtwallen en heggen, zichtbaar maar niet pontificaal. Zo ontstaat een nieuwe vorm van wonen, integer verankerd in het landschap. De woningen passen zich aan, De Schaker volgt de zetten van het landschap. De plaats van de woningen wordt bepaald door zowel de bestaande kwaliteiten als de cultuurhistorisch gegroeide waarden van het landschap. Maar niet alleen de plaats van de woningen is van belang, ook de uitstraling. Een visuele verwantschap tussen architectuur en landschap draagt bij aan het ontstaan van een geslaagd woonlandschap. In de Schaker wordt dit bereikt door enerzijds het toepassen van eigentijdse architectuur met een kleur- en materiaalgebruik die aansluit op het landschap en anderzijds door woningen te ontwerpen geïnspireerd op voor het Fliertdal karakteristieke boerderijen en schuren. In de loop der tijd groeit zo De Schaker, schijnbaar vanzelf, tot een nieuw landschap, klaar voor de volgende eeuw. De Schaker heeft geen haast, de Schaker neemt de tijd nodig voor de volgende zet.
-
(meer)

Kolenkitbuurt
-
2007 | Kolenkitbuurt Amsterdam Kolenkitbuurt
-
Bij de terreininrichting voor de Kolenkit zijn zowel de voortuinen belangrijk, de overgang van openbaar naar privé, als het binnenterrein, deels openbaar, deels collectief. De inrichting van de buitenruimte dient het groene karakter van de buurt te versterken. In de binnentuin staat het tuinkarakter centraal, een zachte, groene woonomgeving met beschutte sfeer en een informeel gebruik. Het thema tuin wordt vertaald in een groene ruimte met gras, hagen, bomen en private moes- en bloementuinen. De private voor-/achtertuinen aan de randen van het binnenterrein worden afgeschermd door een rondom lopende brede haag van 1,20-1,50m hoogte. In de door dit kader begrensde ruimte zijn in een grasveld verschillende door hagen omzoomde kamers geplaatst. Deze kamers zijn in beginsel simpele besloten tuinruimtes die in de loop van de tijd aan bewoners verhuurd kunnen worden met de mogelijkheid er moestuinen in aan te leggen. Door het tuinieren in de binnentuinen raken de bewoners meer betrokken bij hun woonomgeving en tegelijkertijd wordt daardoor het beeld van de binnentuin interessant en levendig. In het centrale openbare gedeelte liggen de kamers op een plein en doen zij dienst als speeltuintjes en zitkamers. Ook aan de straatzijde is de overgang van privé naar openbaar omzoomd door brede hagen met een hoogte van 1,20m, zij scheppen afstand van de woonruimtes tot de straat. In de hagen kunnen krentenboompjes worden geplant. Deze vormen een transparante, verfijnde filter voor de ramen van de woningen en zorgen in het voorjaar voor een mooie bloesem. In de binnentuin worden eveneens witbloeiende bomen voorgesteld: Magnolias.
-
(meer)

Zuidblok
-
2007 | ZuidblokEen groene oase in een stedelijke contextAmsterdam Delflandplein
-
Landschap in je achtertuin. De toekomstige bewoners willen we graag robuust groen meegeven. Een groene oase in een stedelijke context. De door Dok architecten gestelde gedachte dat de twee blokken als Yin en Yang verschillen en toch een eenheid vormen hebben we als vertrekpunt voor het landschap genomen. Landschap moet ook werken: dat wil zeggen, een mooi beeld is niet genoeg. We kiezen de beplanting zo dat er het hele jaar door verschillende kleuraspecten zijn en ook verschillende bewoners uit het dierenrijk. De bloemen en kruiden in de weidetuin trekken insecten aan, die weer tot voedsel dienen voor vogels. Deze vinden nestelgelegenheid in de bomen. De vrijstaande gebouwen van Emma en Anne krijgen hierin een speciale rol toebedeeld. Uitgangspunt is het bos en de overgang van bosrand naar weide. De bossfeer verbindt de beide blokken, en loopt over in een bloemrijke weidetuin, die zich nestelt in de ‘kom’ van elk blok.
-
(meer)

nVWA divisie Plant
-
2007 | nVWA divisie PlantMasterplanWageningen
-
De buitenruimte van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) divisie Plant in Wageningen (voorheen: de Plantenziektenkundige Dienst) kan worden gezien als een grote, groene oase te midden van een stedelijke omgeving. In grote lijnen bestaat het terrein uit een groot Veld met daarin drie Pleinen met een eigen, specifiek karakter. Door het veld slingert het Lint, de weg die pleinen en gebouwen van de nVWA verbindt. Het Veld biedt plaats aan een verzameling elementen met een grote variatie in uitstraling en functie. Naast de gebouwen en de kassen, zijn dit de drie pleinen, de relicten van vroegere onderzoeksveldjes, een kleine boomgaard, verspreid staande bomen en boomgroepen en karaktervolle hagen. Het Lint is het structurerend element van het terrein, het zorgt in één beweging voor verbinding van alle elementen en gebouwen op het Veld. Het Lint is een met split afgestrooide baan van asfalt. Het Veld en het Lint maken het terrein tot een heldere eenheid. De verschillende elementen, hoe verscheiden in gebruik en uitstraling ook, vinden een passende plaats in het totaal. Dit geldt zowel voor bestaande als nieuwe elementen. Verleden, heden en toekomst naast elkaar in een harmonieuze setting. De tuin van de nVWA divisie Plant krijgt zo de beoogde rustige karaktervolle uitstraling.
-
(meer)

Velserend
-
2006 | VelserendAppartementencomplexSantpoort
-
Velserend ligt aan de voet van het natuurgebied Zuid Kennemerland. Er ligt een accentverschil in het landschap, het westelijk deel grenst aan de duinen met een relatief droog milieu. Het iets lager gelegen oostelijk deel loopt over in een natter landschap aansluitend op het Bloemendaals Begin met de Amoureuze beek. De relatie tussen plangebied en omgeving wordt versterkt door de gebouwen zodanig te situeren dat de zichten op belangrijke landschappelijke elementen worden gerespecteerd en worden Om het beeld te creëren van gebouwen in de volle natuur moet er verwevenheid zijn tussen gebouw en landschap. Die verwevenheid is gebaseerd op een aantal, dat is vastgelegd in het beeldkwaliteitplan, maar laat verdere vrijheid aan (landschaps-) architectonische interpretatie.
-
(meer)

Lyceum Drachten
-
2006 - 2007 | Lyceum Drachten Drachten
-
Terreininrichting Lyceum Drachten
-
(meer)

Esplanade Meerhoven
-
2006 - 2010 | Esplanade Meerhovenesplanade voormalig vliegveld EindhovenEindhoven 5657 BB
-
De Esplanade is een plek op het voormalige vliegveld Wilschap, opgespannen tussen de straaljagerhangar, het clubgebouw van Frits Philips, het vluchtleidinggebouw en het kanaal. Het groen verbindt het buitengebied met het centrum en Bosrijk met Zandrijk. De identiteit wordt gemaakt door het groen te beeldhouwen tot één sculpturale vorm. Het vormgevingsconcept legt een directe relatie met het voormalige vliegveld, de beweging van het vliegen van de baan en om het vluchtleidinggebouw heen. Over de rug van het sculptuur loopt een panoramisch pad. s Nachts vormen blauwe leds een streep die de rug en slinger markeert. Het fietspad annex voetpad aan de noordzijde wordt versierd met grafische details geïnspireerd op de vliegtuigwereld.
-
(meer)

OPCW Monument
-
2006 - 2007 | OPCW MonumentThis Melding TreeDen Haag Catsheuvel
-
Het monument ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de OPCW (Organisation for Prohibition of Chemical Weapons) bevindt zich op het terrein van The Hague World Forum. De plek staat voor Peace and Hope en biedt troost aan iedereen die begaan is met de slachtoffers van chemische wapens. Het monument werd op 9 mei officieel geopend door Koningin Beatrix. DS heeft in dit project een dienende rol, het monument is een ontwerp van kunstenaar Voebe de Gruyter (1960, Den Haag). Het concept is gebaseerd op drie bomen: een levende boom van 8 meter hoog die CO2 neemt en zuurstof geeft. een zonnecelboom die licht absorbeert en energie geeft aan een webcam. een virtuele boom: www.thismeldingtree.org die dag en nacht het monument zichtbaar maakt en groeit door de sporen van bezoekers. The Hague World Forum, in dit toekomstige park naar ontwerp van DS is de oorspronkelijke duinvegitatie het uitgangspunt. Een cirkel met een diameter van 25 meter wordt alvast ingericht met hoge grassen, platen natuursteen en keitjes - deel van de promenade - en biedt plaats aan het monument.
-
(meer)

Raadhuis Heemstede
-
2006 - 2007 | Raadhuis Heemstede Heemstede
-
De tuin rond het gemeentehuis is gecomponeerd rond vijf belangrijke assen waaronder de symmetrieas aan de voorzijde, representatief voor het geheel, de as aan de oostzijde van het gebouw met een groene uitstraling welke het “Dorps karakter” overeind te dient houden, en de monumentale Van Merlenvaart-as. Gekozen is voor een duidelijke tuinsfeer, ingekaderd door een geschoren haag. Het beeld wordt bepaald door bomen in gras, hagen en enkele sierelementen. De voormalige weg naar het Raadhuis krijgt extra nieuwe eiken. De coniferen worden vervangen door jonge exemplaren. De trouwtuin houdt haar grindpaadjes. De huidige oeverlijn wordt rechtgetrokken. Het verlies aan oppervlaktewater dat hiervan het gevolg is, wordt ruimschoots gecompenseerd door het verbreden van de kop van de Van Merlenvaart. Van de bestaande bomen blijft zoveel mogelijk gehandhaafd. Om het zicht op het parkeerterrein vanaf de omgeving zoveel mogelijk te beperken worden over het hele terrein vespreid, bomen aangeplant. Een deel van de gekozen bomen is bladhoudend. De nieuwe bomen worden in een grote diktemaat aangeplant. Voor nieuwe aanplant wordt getracht hierbij bomen te gebruiken die elders in de gemeente moeten worden gerooid. Langs de randen wordt het terrein omzoomd door grotendeels bladhoudende hagen en heestervakken. De bestaande kwaliteiten voor flora en fauna worden vastgelegd met behulp van een ecologische quick scan. De gevonden natuurwaarden zijn bepalend voor de uiteindelijke inrichting van het terrein. Uitgangspunt bij de herinrichting van het terrein is de bestaande natuurwaarden te handhaven.
-
(meer)

PIVO kazerne
-
2006 | PIVO kazerneontwerpen van een duurzame woonomgeving zich uitstrekkend over vijf schaalniveausBrussel
-
De essentie van het project PIVO, het ontwerpen van een duurzame omgeving voor 90 woningen, strekt zich uit over 5 schaalniveaus. Brussel, het plangebied (de Eckstein kazerne), het woongebied, het woongebouw en de individuele woning. Deze schaalniveaus grijpen op veel manieren in elkaar. In de uitwerking van de opgave staat deze samenhang centraal. Bij de ontwikkeling van het visie ontwerp is op intensieve manier samengewerkt tussen architecten en landschapsarchitecten in het besef dat de sleutel tot de opgave is. De woonomgeving sluit aan op de grootschalige en ruige inrichting van het hele plangebied. Lang gras met verspreid De essentie van het project PIVO, het ontwerpen van een duurzame omgeving voor 90 woningen, strekt zich uit over 5 schaalniveaus. Brussel, het plangebied (de Eckstein kazerne), het woongebied, het woongebouw en de individuele woning. Deze schaalniveaus grijpen op veel manieren in elkaar. In de uitwerking van de opgave staat deze samenhang centraal. Bij de ontwikkeling van het visie ontwerp is op intensieve manier samengewerkt tussen architecten en landschapsarchitecten in het besef dat de sleutel tot de opgave is. De woonomgeving sluit aan op de grootschalige en ruige inrichting van het hele plangebied. Lang gras met verspreid staande bomen en stoere wegen. Wandelpaden worden in het gras gemaaid. De bestaande bomenstructuur wordt verdicht naar het midden waarbij het vlaggenplein als open gebied tussen de bomen komt te liggen. De maat van de woongebouwen sluit aan op de al bestaande gebouwen in het plangebied.
-
(meer)

Dorpsrand Heesch
-
2006 - 2007 | Dorpsrand HeeschGebiedsprofielHeesch
-
Doordat de intensieve landbouw zich terugtrekt uit het gebied ten zuiden van Heesch, ontstaat ruimte voor niet direct economisch agrarische functies. Het toekomstige landschap zal stedelijke functies in zich op moeten nemen en tegelijkertijd landschap moeten blijven. Het gebiedsprofiel voor het landschap is een ruimtelijke strategie die handvatten biedt om het landschap haar landelijke uitstraling te laten behouden en te vergroten terwijl het diverse niet primair agrarische functies in zich opneemt. Het landschap wordt zo een soort “vrijetijdslandschap’. De intensieve landbouw verdwijnt langzamerhand uit het gebied en de plaats wordt ingenomen door diverse vormen van extensief agrarisch en recreatief grondgebruik. Door het kleinschaliger gebruik zal ook een kleinschaliger landschapsstructuur ontstaan. Dit zal een positief effect hebben op de uitstraling van het landschap. Het landschap zal meer ruimte bieden voor ecologische, hydrologische en recreatieve functies. Door toename van landschappelijk groen langs erfgrenzen, sloten en paden neemt ook de opnamecapaciteit voor niet landelijke functies als wonen toe.
-
(meer)

Brueckenschlag
-
2006 - 2007 | BrueckenschlagNegen bruggen langs de WurmRimburg
-
DS wint eerste prijs Brückenschlag. DS, Nox en Stefan Sous ontwerpen negen bruggen langs de Wurm, de rivier die slingert tussen Nederland en Duitsland, letterlijk een brug te slaan over de grens. Daarnaast ontwerpt DS een wandeling door het Wurmdal die de negen bruggen verbindt, een "tiende brug" die alle bruggen een ruggengraat geeft. Wandelend langs de Wurm waan je jezelf in een uitgestrekt landschap met heggen, bossen, akkers en weilanden, watermolens en kastelen. Het dal is het cultuurlandschap dat er al lag voordat de steenkool ontdekt werd. Het landschap heeft hier in de luwte van de welvaart kunnen voortbestaan. Vanaf de wegen boven het dal rukt de stedelijkheid op. Met het landschap is slordig omgegaan. Het gemeenschappelijke is ondergeschikt aan het individuele. Daar staat tegenover dat in dit gebied alles mogelijk lijkt te zijn, voor de individu een walhalla.
-
(meer)

Staatbosbeheer
-
2006 - 2007 | StaatbosbeheerVisie bouwen in het landschap in zeer bijzondere contextenNederland
-
Staatsbosbeheer heeft behoefte aan een eigen visie op bouwen op haar terreinen, op het (ver)bouwen op in erfpacht uitgegeven terreinen en op stedenbouwkundige opgaven binnen gebiedsontwikkeling. Welke rol(-len) heeft Staatsbosbeheer, ze wil geen welstand zijn maar wel een visie hierover ontwikkelen. Waarin verschillen de opgaven van elkaar? Is hier een ordening in aan te brengen? Wat zijn mooie voorbeelden van vergelijkbare opgaven? Wat zijn de kritische factoren? DS ontwikkelde in directe samenspraak met de directies van Staatsbosbeheer een visie op het bouwen op en rond de terreinen van Staatsbosbeheer. Om de probleemstelling hanteerbaar te maken is de visie opgedeeld in drie onderdelen, te weten: 1. wat is de visie op het bouwen in het landschap? 2. wat is bijpassend opdrachtgeverschap? 3. welke visie op de te vervullen maatschappelijke rol bij bouwen in het landschap past bij Staatsbosbeheer?
-
(meer)

Haarrijn
-
2006 | HaarrijnWonen in het Groene HartLeidsche Rijn
-
Haarrijn ligt in de polder Themaat, onderdeel van het uitgestrekte veenweidegebied dat in de middeleeuwen systematisch is ontgonnen. De A2 ligt op de voormalige wetering middenin de polder. Planologisch ligt het plangebied Haarrijn op de rand van het Groene Hart. De grens ligt op de westoever van de Haarrijnseplas. Aan de zuidzijde van de plas ligt een natuurlijk ingericht gebied. Het slotenpatroon is onveranderd gebleven maar het slootwater is losgekoppeld van de plas. De beplanting wordt gebruikt voor het zuiveren van het hemelwater uit Leidsche Rijn. Het oorspronkelijke Haarrijnse landschap is grotendeels onder de zanddepots verdwenen. Waar veenweide was is nu een 15m. en 45m. diepe zandwinput. Er ligt een grote WRK-leiding doorheen, van circa 30m. breed. De oever van de oostelijke plas wordt een zandstrand. Aan de oostzijde gaat het plangebied over in het centrale park van Leidsche Rijn. Het uitgangspunt voor de landschappelijke inrichting van Haarrijn is het maken van aansluiting op het landschap in het Groene Hart. In vormgeving zijn twee deelgebieden gemaakt. Aan de noordzijde een lang smal dotterbloemweiland, aansluitend op de weilanden van Natuurmonumenten. De tweede zone wordt ingericht volgens de richting van het voormalige kavelpatroon. Deze ligt aan de zuid- en westzijde van de plas. Het zandstrand gaat over in grasvelden, die weer overgaan in bos- dotterbloemweilanden- en rietstroken en brede sloten uitmondend in de plas. Op het water zijn de beplantingsstroken in drijvende vorm voortgezet. Ze dienen als ecologische verrijking van de zandwinplas. Een woning kan worden vastgemaakt aan een drijvend beplantingselement. Omgekeerd ligt de drijvende woning niet als blikvanger op de plas maar wordt het beeld bepaald door groen.
-
(meer)

Elisen Garten
-
2006 | Elisen GartenDrei Schritte bis zum ElisengartenAachen
-
Elisengarten is als een transparante boomgaard met grote bomen en een groot centraal grasveld dat tot de Dom en de Elisenbronnen oploopt. Tussen de bomen strekt zich een informeel plein uit, lange banken omringen de bomen en nodigen uit tot ontspannen. Een royale pergola verbindt de tuinen aan de Friedrich-Willhelm-Platz met het plein. Een spiegelwand reflecteert het groen van de nieuwe tuinen, de Dom- en Münstertoren. Een podium om de rotonde is het hoofdmoment van het nieuwe amphitheater. Het ontwerp is opgedeeld in drie tijdfases: In de 1e fase worden de tuinen met de omgeving verbonden. De tuin wordt opener, groter en beter toegankelijk. De 2e fase is een tussenfase: de Elisengarten van opgravingsgebied tot stadsrand. Wandelpaden worden over het opgravingsgebied gelegd zodat het park een archeologische attractie is. Door dit tijdelijke gebruik eigenen de Aakenaren zich de Elisengarten alvast toe. Hierna wordt de opgraving dichtgegooid en volgt de definitieve inrichting. De 3e fase is de verankering van de tuinen in de stad, de Elisengarten ligt niet alleen in het centrum maar ìs het centrum van Aaken. In de eindfase wordt de nieuwe identiteit door de nieuwe functie versterkt, de tuinen zijn verankerd. Elisengarten is een stadspodium. In deze fase worden door een paar accenten het tuinbeeld verfijnd. Cafestoelen en planten aan de zijvleugels van de Elisenbronnen zorgen voor een orangerie-achtige sfeer. De Boomgaard wordt met grote waardevolle bomen aangevuld.
-
(meer)

Stadionplein
-
2006 | Stadionpleinde nieuwste markante groene ruimte in de stadAmsterdam Stadionplein
-
Het Stadionplein wordt de nieuwste markante groene ruimte van de stad waar alles op het gebied van sport plaats vindt. Een nieuw openbaar sportveld in de stad, een grasveld omringd door een krans van hoge bomen. De randen rondom het veld bemiddelen tussen de dagelijkse woonomgeving en de grote stedelijke situatie. De bezoekers, gelijk het publiek in de arena, zitten in de randen en aanschouwen het toneel op het veld. De randen van enkele tientallen meters breed maken vormen samne een soort langgerekt plein. Het plein is ook een monumentale ruimte toegevoegd aan de bestaande reeks ruimten waaruit de Van Tuyl van Serooskerken-as is opgebouwd. We zien een gelijkenis tussen de opbouw van deze as en de as in de Italiaanse tuinkunst. De Italiaanse tuinkunst was inspiratiebron voor Berlage en Van Eesteren bij het ontwerpen van de stedenbouwkundige opzet van Amsterdam zuid.
-
(meer)

De Heuvel
-
2006 | De HeuvelHet plein van TilburgTilburg Heuvel
-
Hoe zorg je voor continuïteit in de geschiedenis, wanneer zowel de stad als het plein totaal veranderd zijn? Tilburg is gegroeid van boerendorp tot belangrijke industriestad. De boom heeft dit allemaal gezien. Anno 2006 is Tilburg één van de grootste steden van Nederland met een rijk cultureel leven en groeiende kennissector. De Heuvel is echter achtergebleven. Wat ooit de ziel van het dorp en de stad was, is nu een restruimte tussen drukke wegen en winkelstraten. Door de Lindeboom en het standbeeld van Willem II is het plein verankerd in de herinnering van de inwoners. Eén nieuw element wordt toegevoegd om direct duidelijk te maken dat De Heuvel de centrale toegangspoort is voor bezoekers aan Tilburg. Een T-vormig gebouw laat je zien dat Tilburg hier echt begint. Als hedendaagse icoon geeft het T-gebouw De Heuvel weer energie. Met de sfeer en inrichting van het plein wordt de eeuwenoude geschiedenis van Tilburg tastbaar en kom je tegelijkertijd in aanraking met nieuwe ontwikkelingen en mensen. De Lindeboom en het standbeeld van Willem II vormen de onwrikbare ijkpunten voor toekomstige gebeurtenissen. Ze brengen je oog in oog met het verleden. Dit gevoel wordt versterkt door het behoud van de pas 10 jaar oude pleinvloer en het deels hergebruik van de pergola voor het T-gebouw. ’s Avonds gaat in het T-gebouw het beeldscherm aan en transformeert in een televisie, een computerscherm, een filmdoek of een kunstwerk. Een gloeiende lichtbaken in het donker die al vanuit de trein zichtbaar is. En wat doe je op De Heuvel op een warme zomerdag? Dan zoek je met je T-stoel een plekje in de zon aan de voeten van Willem II of onder de Lindeboom. En soms op een zomeravond is het plein vol mensen kijkend naar een filmklassieker op het grote scherm.
-
(meer)

Transformatie Polder Rijnenburg
-
2006 - 2008 | Transformatie Polder RijnenburgCultuurhistorische analyseUtrecht 52° 2'54.22"N; 5° 2'40.88"O
-
In het gebied Rijnenburg zijn voor de komende jaren grootschalige ruimtelijke ingrepen gepland. Het voornemen is een ontwikkeling van woningbouw in een hoogwaardig woonmilieu dat aansluit op de regionale woningvraag. Naast wonen is er ruimte voor werken, groen en water. DS is gevraagd een cultuurhistorische analyse te doen, alsmede uitgangspunten voor veranderingen in het cultuurhistorische landschap van het gebied Rijnenburg op te stellen. Analyse begint met goed kijken vanuit het huidige landschap naar het verleden. Uiterlijke kenmerken zijn het gevolg van vele eeuwen van transformatie. Uitgangspunten: De eeuwenoude regionale verbindingen combineren met langzaam verkeer; Definiëren grenzen en onderscheid aan weerszijden van de grenzen maken; De bijzondere punten een nieuwe betekenis geven; De hoogteverschillen inzetten in combinatie met archeologie; Bijzondere morfologische plekken openbaar houden; Monumentale boerderijen inclusief de huiskavels beschermen als ensembles.
-
(meer)

Maatweg
-
2006 | MaatwegMeanderlandAmersfoort Maatweg
-
Amersfoort is een stad te midden van landschappen met grote en diverse kwaliteiten waarmee ze is verbonden door groene lobben die doorlopen tot in het centrum. Het Maatweggebied, één van de lobben, verbindt de stad langs de rivier de Eem met het nationaal landschap Arkemheen-Eemland. De bouw van het Meanderziekenhuis, samen met de initiatieven voor de dijkverzwaring en het herstellen en betekenis geven van de Grebbelinie vormen de motor voor een metamorfose van het gebied. In de grotere context krijgt het gebied een prominente plek in Amersfoort waarbij het doel is, een vanzelfsprekende en markante verbinding en overgang tot stand te brengen tussen Stad, Maatweg en de weidse Eempolder. De Eem en de Grebbelinie zijn de dragers van het Maatweggebied. Zij creëren het bijzondere karakter van tussenland, een landschap waar het oude en het nieuwe naast elkaar bestaan. Versterking van de Eemdijk, onderdeel van de Grebbelinie, is nodig om de veiligheid van het achterliggende land te garanderen. De Grebbelinie is een belangrijk ontwerpuitgangspunt voor het Maatweggebied. De werking van het systeem wordt zichtbaar gemaakt, met name de relatie tussen de belangrijkste onderdelen, de dijk, de dwarskades en de inundatiekommen. Midden in het gebied verrijst het nieuwe Meander ziekenhuis naar ontwerp van Atelier PRO. In de langdurige zoektocht naar een nieuwe locatie voor het Meander bleek het Maatweggebied een zeer goede optie. De Amersfoortse gemeenteraad besloot tot keuze voor deze locatie onder voorwaarde dat recht gedaan zou worden aan het tot stand brengen van de landschappelijke en ecologische verbindingen. Dit is vastgelegd in het Structuurplan Maatweg, waarin verder het belang van de betekenis van de groene lob als recreatief uitloop gebied, het zichtbaar maken van de cultuurhistorische waarden en de inpassing van het ziekenhuis in de omgeving is benadrukt. De komende jaren zal de Maatweg een metamorfose ondergaan. Van onbekend en voor velen onbetekenend gebied zal het veranderen in een geliefd en veelbetekenend gebied. Een meanderend land waar Amersfoorters wonen, werken en recreëren op en langs de Eem.
-
(meer)

Meander ziekenhuis
-
2006 | Meander ziekenhuissamenspel landschap en architectuurAmersfoort Maatweg
-
In mei 2010 is de bouw van het Meander Medisch Centrum gestart. Het nieuwe ziekenhuis aan de Maatweg vervangt twee bestaande locaties, locatie Lichtenberg en locatie Elisabeth. In 2013 wordt het nieuwe ziekenhuis in gebruik genomen ontwerp buitenruimte: DS; ontwerp gebouwen: Atelier Pro Het Meander Medisch Centrum is gesitueerd in de groene lob langs de Eem. Samen met de geniedijk vormen deze de beelddragers die tot diep in het stedelijk weefsel doorlopen. Het bouwen op deze locatie vraagt om een houding die recht doet aan de aanwezige waarden van natuur en cultuurhistorie. De opgave voor het terreinplan ligt met name in het laten binnendringen van het landschap tot diep in het gebouw en in het creëren van een groene omgeving en een menselijke maat waardoor een aangename verblijfsklimaat ontstaat voor patiënten, bezoekers en ziekenhuismedewerkers. Het samenspel tussen architectuur en landschap heeft geresulteerd in een nauwe vervlechting van gebouw, omliggend terrein en het landschap van de Eem.
-
(meer)

Visie inrichting Coolsingel/ Schiedamsedijk
-
2005 | Visie inrichting Coolsingel/ SchiedamsedijkSamenhang, karakter en zorgvuldigheidRotterdam Coolsingel
-
Wat is typisch voor de Coolsingel? Hier begint en eindigt elk jaar de beroemde marathon; hier is de zetel van de bestuurlijke macht; hier staan belangrijke gebouwen zoals Beurs/ WTC, hotels, hoofdkantoren van banken, warenhuizen, musea; hier vieren de fans van Feyenoord ”hun” overwinning; hier ligt met de “Koopgoot” het winkelhart van de stad. Voor velen is de boulevard Coolsingel/ Schiedamsedijk ook de kortste weg van noord naar zuid. Kortom een straat die belangrijke route en evenementenplein tegelijkertijd is. Er zijn drie elementen die de boulevard nu en in de toekomst karakteriseren: Samenhang, karakter en zorgvuldigheid. De visie op de Coolsingel/ Schiedamsedijk is vertaald naar een inrichting op hoofdlijnen. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de 4 onderdelen. Principedoorsnede de ruggengraat van het masterplan, ordent de elementen onder en bovengronds en aan de gevels. Bewaking van de principes is het succes van de eenheid op lange termijn. Principekaart toont de uitgangspunten voor de inrichting van de boulevard, continuïteit in het straatprofiel, minimale breedte voor alle verkeersstromen, de bij een boulevard passende schaal van de gebouwen en de locaties voor potentiële blikvangers. De materialen- en kleurenstaat legt de keuze van verhardingsmaterialen en kleuren vast welke op de boulevard kunnen worden toegepast. Het consequent volgen van de regels op lange termijn leidt tot een eigen karakter op stadsniveau.
-
(meer)

Spoorzone stationsplein Winterswijk
-
2005 - 2006 | Spoorzone stationsplein Winterswijk Winterswijk
-
In het vervolg op ‘het Masterplan Winterswijk centrum, spoorzone, bedrijventerein” is het Voorlopig ontwerp voor de spoorzone en het stationsgebied tot stand gekomen. Tijdens het ontwerpproces zijn twee sporen gevolgd. Het eerste spoor is het contextuele onderzoek, de verankering in de grotere landschappelijke en stedenbouwkundige context van het plangebied. De gegevens zijn verzameld door literatuurstudie en gesprekken met enkele locale experts. Het onderzoek vormde de basis voor de ontwikkelingsvisie van het studiegebied in relatie tot de omgeving. Het tweede spoor is het stedenbouwkundig plan voor de spoorzone en het stationsgebied. In dit plan is het programma van eisen concreet vertaald in positionering en hoogte van de gewenste bebouwing, de inrichting van het maaiveld in het gebied en de bereikbaarheid. Het Voorlopig ontwerp is een intern document dat in kort tijdsbestek is vervaardigd. Hieruit komen concrete onderzoeks- en ontwerpopgaven voort, welke gelijktijdig uitgezet kunnen worden.
-
(meer)

The Hague World Forum
-
2005 | The Hague World Forumverbindend duinlandschapDen Haag
-
DS landschapsarchitecten ontwerpt de openbare ruimte in het The Hague World Forum (THWF). De eerste fase tussen het World Forum Congress Centre en het nieuwe Europol gebouw wordt momenteel uitgevoerd. De rest van het plangebied bevindt zich in de DO- of besteksfase. Speerpunt voor het ontwerp is het thema verbinden. DS wil in het gebied een duinpark aanleggen met een promenade van Gemeentemuseum, via Catsheuvel en Europol tot aan het Churchillplein. Daar kijkt de bezoeker uit over het eindpunt van de wandelroute: het Joegoslavië Tribunaal. De zachte sfeer van de duinen zal vloeiend overgaan in de meer stedelijke sfeer van het World Forum plein. Landschappelijke onderlegger Het World Forum ligt zowel in de voormalige strandvlakte met de Haagse Beek, als op de voormalige duinen (Catsheuvel). De vijverpartijen rond het Gemeentemuseum verwijzen naar de vlakte, de lommerijke villabuurt naar het duinlandschap. Stedenbouwkundige context Het World Forum ligt in de villazone rond het Catshuis (plan Berlage). Doordat in WOII villa’s zijn gesloopt en vervangen door grotere kantoorgebouwen en hotels is het groen versnipperd en smal. Alleen samenwerking in de restruimtes kan leiden tot terugkeer van het groene straatbeeld. Mentale verbinding Het vredespaleis ligt ook in de villazone. Een denkbeeldige gekromde as verbindt het gebied tussen de twee internationale instellingen het Vredespaleis en het Joegoslavië-tribunaal. Op het terrein van The Hague World Forum bevindt zich het monument ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de OPCW (Organisation for Prohibition of Chemical Weapons). De plek biedt troost aan iedereen die begaan is met de slachtoffers van chemische wapens. Het monument werd op 9 mei 2007 officieel geopend door Koningin Beatrix. Een cirkel met een diameter van 25 meter is alvast ingericht met hoge grassen, platen natuursteen en keitjes - deel van de promenade - en biedt plaats aan het monument.
-
(meer)

Roteb-locatie
-
2005 - 2007 | Roteb-locatieSchetsontwerp evenementendekRotterdam Binnenhof
-
Toen de Rotterdamse gemeentereiniging (Roteb) in 1999 na bijna een eeuw haar oude vestiging aan de Zaagmolenkade verliet, was de tijd rijp voor her-bestemming van het gebied. Een deel van de bebouwing is hergebruikt en er is een deel nieuwbouw. Door de aanwijzing als groeibriljant kwam er extra geld ter beschikking met als voornaamste resultaat een evenemententerrein op het binnenterrein, dit nieuwe publieke evenementendek, gestapeld bovenop de wijkparkeergarage geeft de ruimte aan culturele functies. Het evenementendek heeft dynamiek en een heel eigen karakter. De zwarte verharding heeft een glimmer, strepen van wit glad geschaald beton lopen kris kras over de hele binnenhof en leggen verbanden tussen de verschillende niveaus van het dek. De keermuur is strakwit en dient als zitrand rond de plantebakken. Planten klimmen in spandraden aan I-profielen langs de galerij. De planten in de bakken zijn een mix van groenblijvende en bloeiende planten. Het gehele evenementendek heeft openbaar verlichtingsniveau, hoofdverlichting in vorm van spots aan de Roteb-loods, laag licht in de plantenbakken en keermuren, drie sfeerschemerlampen op het terras voor de loods.
-
(meer)

InterCampus Amiens
-
2005 - 2006 | InterCampus Amiensstedelijke uitbreiding van Amiens tot een post-agricultureel landschapAmiens
-
De noodzakelijke stedelijke uitbreiding van Amiens, tot een post-agricultureel landschap, is ontworpen door het ontwikkelen van drie verschillende woningtypologieën. Deze passen binnen de nieuwe identiteit van het landschap, die de al bestaande karakteristieken versterkt: historische routes, eigendomsgrenzen en een glooiend landschap. Tussen het open agriculturele gebied, de uitdijende universiteitscampus en de groeiende stad, worden duidelijke landschappelijke kamers gevormd. Dit door het uitbreiden van bestaand groen, onderhoud van volkstuinen, en een nieuwe ruggengraat die waterretentie, publiek transport en een hoogstedelijk programma verbindt. De nieuwe bosranden versterken locale ecologische verbindingen en migratieroutes. Tegelijkertijd omlijsten ze de nieuwe landschappelijke kamers en zichten op het golvende landschap van Amiens.
-
(meer)

Olaertsduyn
-
2005 - 2007 | Olaertsduynlandschapsplan landgoed OlaertsduynRockanje Windgatseweg 2
-
Landgoed Olaertsduyn wordt in zijn oude luister hersteld. Door een reeks van maatregelen op het gebied van inrichting en beheer krijgt dit zijn beslag. Olaertsduyn bestaat uit een park rond het landhuis en een aantal gebieden hier aan grenzend. Het Park, naar een ontwerp van L.A. Springer, krijgt een volledig openbare functie. De nadruk zal hierbij liggen op Cultureel-maatschappelijke activiteiten. Het Landhuis wordt geschikt gemaakt voor het geven van cursussen, workshops en andere voor ieder toegankelijke activiteiten. Op termijn zullen nieuwe functies worden geïntegreerd op het Landgoed. Dit gebeurt met behoud van de originele waarden en herstel van verdwenen kwaliteiten door reconstructie en het toevoegen van een nieuwe ontwerplaag. Bij de nieuwe inrichting van het centrale park zal zoveel mogelijk worden voortgeborduurd op het oorspronkelijke ontwerp van Springer. In hoeverre dit mogelijk is hangt af van de mate waarin het oorspronkelijk ontwerp nog herkenbaar is in het terrein, de kennis van het oorspronkelijk ontwerp en de mogelijk noodzakelijke aanpassingen aan de nieuwe functies van het Landgoed. De randen van het landgoed krijgen, afhankelijk van de nader invulling, een semi-openbaar karakter. Privacy van bewoners en gebruikers, van zowel Olaertsduyn als de aangrenzende kavels, zal hier moeten worden gewaarborgd. Voor de langere termijn wordt een groenstructuurplan opgesteld. De gewenste ontwikkeling van het park voor de komende 5 tot 10 jaar wordt hierin geschetst. In dit plan wordt het park verdeeld in een cultuurlijk en een natuurlijk deel. Deze onderverdeling is van belang voor de in de toekomst gewenste ontwikkelingsrichting van het groen.
-
(meer)

Zürich Binnenstad SBB
-
2005 - 2006 | Zürich Binnenstad SBBsolide basisZürich
-
Geïnspireerd op de teruggetrokken hagedis, een dier dat juist floreert in het moderne Zürich, door de aanwezige hoofdrailstructuur, bestond ons voorstel voor de openbare ruimte van Zürich uit een solide basis. Een licht hellende natuurstenen vloer met een grove textuur biedt een open ruimte binnen het hoogstedelijke masterplan van KCAP. Twee grote pleinen, een bij de uitgang van de metro, een op de kop van de culturele as, verzinken en stijgen alternerend. De verbindende tussenruimte ontsluit het winkelgebied, educatieve en zakelijke functies op natuurlijke wijze. Trappartijen transformeren tot banken en sociale theaters voor mensen en ontmoetingen. Incidenteel loopt de vloer door tot in de gevels, langs spiegelend glas.
-
(meer)

Limes
-
2004 | Limeseen biografieNederland
-
Tweeduizend jaar geschiedenis in de achtertuin. DS start een biografie van de Limes, door deze oude Romeinse grens letterlijk te lopen. P.C. Tacitus (55 – 120 ad) noemde de noordelijke grens van het Romeinse rijk “limes” naar het Latijnse woord voor pad. De limes ligt tegenwoordig in het hart van Europa. Ze scheidt niet langer volkeren maar verbindt ze. Zou ze hen letterlijk kunnen gaan verbinden? Is de limes in potentie een politiek symbool? Er zou een Europees wandelpad gemaakt kunnen worden in navolging op de Engelse en Duitse limes wandelroutes. Dat zet de grens op Europese schaal op de kaart. Door het gehele tracé te lopen hebben we vele interessante portretten en verhalen vast kunnen leggen. Na ons bezoek is de limes voor de bewoners op de Limes meer werkelijkheid geworden en heeft hun achtertuin een Europese dimensie gekregen. Want als "ruimte laten" het ontwerpcredo is, dan denken wij over tien jaar al een grote verandering te gaan zien. Immers de dynamiek in het Nederlandse landschap is enorm – er is leven op de limes! DS heeft een ontwerp gemaakt voor een Limes-straatbaksteen, geproduceerd door Wienerberger. De Limes-straatsteen kan worden gebruikt daar waar de oude Romeinse weg de hedendaagse wegen kruist. Naar aanleiding van het verrichtte veldwerk heeft DS in samenwerking met Irma Boom een boek over gemaakt over de Limes. Het boek Limesweg is inmiddels verschenen.
-
(meer)

Nicolaas Beetsplein
-
2004 - 2006 | Nicolaas Beetsplein Dordrecht Nicolaas Beetsplein
-
Het Nicolaas Beetsplein, voorheen een bouwblok is onderdeel van Oud Krispijn dat ooit is ontworpen als een tuinstad maar in de loop van de tijd is versteend. Het is nu een echte volkswijk met veel kinderen op straat, overal auto’s en weinig groen. DS en Atelier Pro maakten een stedenbouwkundig plan voor de herinrichting van de wijk met als doel terugkeer naar de tuinstadgedachte. Het plan voor het Nicolaas Beetsplein en aangrenzende straten is door DS uitgewerkt. De grasvelden, de grote bomen en de hagen maken het straatbeeld groen. De golvende binnenring, waarin buurtactiviteiten en sportevenementen georganiseerd kunnen worden, het hellende gras en het intieme pleintje bieden speel- en hangruimte voor tieners en kleuters. Pleinbewoners hebben een extra breed trottoir voor de deur, vanwaar ze op hun eigen bankje het plein overzien. Alle leeftijden kunnen zo naast elkaar en met elkaar leven. Op 12 mei 2006 is het Nicolaas Beetsplein feestelijk geopend samen met de hele buurt.
-
(meer)

Zouwdal
-
2004 - 2005 | ZouwdalStrategie ontwikkeling Zouwdal en aangrenzende gebiedenMaastricht
-
Hoe ontwikkel je een weerbaar landschap met de complexiteit van veel betrokken partijen, uiteenlopende belangen en een relatief korte procesperiode? Een visie als leidraad bij complexe ontwikkelingen. Het Zouwdal is een open, landschappelijk dal in een stedelijke omgeving. De hoofdfunctie is landbouw en de nevenfuncties zijn recreatie, waterretentie en natuur. De belangen van landbouw, natuur, waterretentie en recreatie zijn sterk verwerven. Juist door deze verwevenheid is er voldoende ruimte voor alle functies in het Zouwdal. De specifieke en unieke combinatie van functies maakt het Zouwdal tot wat het is: een uniek landschappelijk element met hoge potentie, een landschap in balans. De voorgenomen bouw van woningen en bedrijven in het Zouwdal zal dit delicate evenwicht tijdelijk verstoren. Het opnieuw realiseren van balans tussen oude functies en nieuwe functies is de belangrijkste opdracht voor de toekomst. Het streven is het Zouwdal een landelijke oase met een open karakter in een stedelijke omgeving te laten blijven. Behoud van het open karakter van het dal is primair van belang voor een efficiënte benutting van de akkers. Dit is ook voor akkervogels als de grauwe gors van levensbelang. De openheid zorgt verder voor een optimale beleving van het dal. Om de beleving te versterken wordt het dal in de lengte begeleid door robuuste groene randstructuren van wisselende breedte. De randen zijn onderdeel van het Zouwdal en vormen de overgang naar de woonwijken en het bedrijventerrein, visueel en functioneel. De rand zorgt voor een groene vitrage tussen het Zouwdal en de stad en het bedrijventerrein. De wisselende breedte is gebaseerd op de huidige kavelgrenzen die voor een groot deel samenvallen met het middeleeuwse verkavelingspatroon. De Zouwdalranden zijn zeer belangrijk voor plant- en diersoorten die afhankelijk zijn van struweelbegroeiingen en kruidenvegetatie. De verspringingen hebben een positief effect op de biodiversiteit en verhogen de afwisseling in het beeld van de passant. Door watervertragende maatregelen zal het centrale deel van het dal vernatten. In natte tijden zal dit ertoe leiden dat weer een echte beek door het dal stroomt. Om wateroverlast voor de landbouw te voorkomen wordt hemelwater van het bedrijventerrein en de stadsrand in eerste instantie opgevangen in de groene dalranden. Aan de stadszijde heeft de inrichting van de rand een sturende rol voor de gewenste overgang tussen privé tuinen en openbaar dal. De woningen aan de Zouwdalrand worden gezien als integraal onderdeel van de randstructuur. De Zouwdalrand is hier ook uitloopgebied van de woonomgeving en vormt de toegang tot het eigenlijke Zouwdal. Voor de grens tussen openbaar en privé is een reeks stedenbouwkundige principes uitgetekend en voorzien van richtbeelden. De rand zorgt er ook voor dat 's avonds de stad zo veel mogelijk op afstand blijft. Ook de geluiden van de ontsluitingsweg worden gedempt door de randwoningen. Om de visuele afstand te vergroten worden de randwoningen ontsloten aan de stadszijde. Verlichting van tuinen, huizen en het wandelpad wordt vermeden.
-
(meer)

Pleinenplan Zeeburg
-
2003 - 2005 | Pleinenplan Zeeburg Amsterdam Indische Buurt
-
De Indische buurt in het stadsdeel Zeeburg is een dichtbebouwde, door grootschalige stadsvernieuwing aangetaste 19e eeuwse stadsbuurt met veel kinderen. De authentieke sfeer is alleen nog te vinden rond de Majellakerk en haar bijgebouwen. DS maakte in 2002 het ontwerp voor de tuinen van het complex. Het pleinenplan Zeeburg is het samenvoegen van een aantal pleinen en straten rond de kerk tot het “hart van de buurt”. De auto is verbannen en er is nu zowel ruimte voor buurtactiviteiten en spelen als voor rust. Langs de gevels is ruimte gemaakt voor plantjes en bankjes zodat het wonen aan het plein iets extra’s heeft en de betrokkenheid met wat er voor de deur gebeurt mogelijk groter wordt. Van alle pleinen zijn oude muurtjes, hekwerken en speeltoestellen verwijderd en de noodzakelijke fietsenklemmen en dergelijke gebundeld en verplaatst naar de randen. Eén soort gebakken klinkers ligt overal en het straatmeubilair past in stijl en kleur bij elkaar. De straatbomen staan weer strak in het gelid en de pleinbomen maken een bloemenzee in het vroege voorjaar. Om een kwaliteitssprong binnen de wijk te realiseren heeft de inrichting en de detaillering van de openbare ruimte een extra hoog kwaliteitsniveau. Daardoor konden er bijvoorbeeld door bureau Carve bijzondere speelobjecten en rond de twee schoolpleinen speciale hekwerken ontworpen worden, die tonen als sieraden. Ook mocht de kunstenaar Jaap de Jonge de pleinen verrijken met imaginaire “sporen” van de buurtbewoners, een arcering van de pleinvloeren met lichte stenen en led-lichtjes.
-
(meer)

Voormalig havengebied Le Havre
-
2003 - 2004 | Voormalig havengebied Le HavreMasterplanLe Havre
-
Le Havre was een militair strategische nederzetting aan de monding van de Seine, die uitgroeide tot levendige handelsstad. Door industrialisatie is de haven verdwenen uit de stad en de mens verdreven uit de haven. Ten einde het tij te keren is de stad op zoek naar nieuwe impulsen. Getracht wordt aansluiting te vinden bij omliggende badplaatsen als Dauphile en Etretat om de gunst van de toerist te verkrijgen. Le Havre onderscheidt zich van de concurrentie door zijn verleden als havenstad. Het masterplan onderzoekt de mogelijkheden de bestaande context te herprogrammeren met behoud van het waardevolle havenkarakter. Deze ‘substitutie-stedenbouw’ biedt de mogelijkheid de bestaande stedenbouwkundige opzet (de hardware) te handhaven terwijl het programma (de software) wijzigt. De grote loodsen, de brede kades en de robuuste bestrating vormen en weerbaar geheel dat zich voor een dergelijke strategie goed leent. Programmering staat centraal, herinrichting is geen doel maar een middel. De programmering vloeit voort uit thema’s die voor het plangebied worden gekozen. Hiertoe wordt het gebied opgedeeld in vier deelgebieden. De deelgebieden krijgen de volgende thema’s: Het havenbekken gelegen aan de entree het thema ‘Exposeren’ Het beschutte havenbekken Paul Vatine het thema ‘Watersport’ Het havenbekken rondom het historische sluizencomplex en klokkentoren het thema ‘Historisch Erfgoed’ Het verlaten bedrijvencomplex met woonbestemming krijgt het thema ‘Park’
-
(meer)

Park Brederode
-
2003 | Park BrederodeEerst landschap dan bebouwingBloemendaal
-
Eerst landschap dan bebouwing is het motto van dit project. Een heldere landschapsstructuur ligt ten grondslag aan het landschappelijke ontwerp voor Park Brederode. Ondanks het feit dat het park als voormalig Provinciaal Ziekenhuis ruimtelijk sterk van zijn omgeving afgezonderd lag, vormt het toch een onlosmakelijk onderdeel van het omringende landschap. De binnenduinrand is opgebouwd uit drie zones, min of meer parallel aan de kust. Aan de zeezijde liggen de hoge, jonge duinen met ondermeer het Brederode duin, een van de hoogste jonge duinen. Aan de landzijde, langs de Brederodelaan, liggen de oude duinen met de bestaande woonbebouwing van Bloemendaal. Tussen beide duinenrijen liggen de strandvlakten, een open waterrijk relatief vlakke zone waar de blekerijen en de landgoederen tot ontwikkeling kwamen. De unieke locatie biedt mogelijkheden maar schept ook verplichtingen. In het planproces is het landschap leidend, zo kunnen bij de inrichting van het gebied de unieke kwaliteiten worden geborgd en waar mogelijk versterkt. De nieuwe woningen voegen zich in het landschap en worden er in opgenomen. De continue afstemming tussen de architect en hun architectonische wensen en de landschapsarchitect als bewaker van de gehele landschappelijke setting bepaalt voor een groot deel het slagen van het project. De bebouwing draagt daardoor straks bij aan de enscenering van het landschap. De historische landschapsontwerpen van L.P. Zocher en L.A. Springer c.s. zijn het startpunt voor het nieuwe landschapsontwerp. Bestaande beplanting, flora en fauna, waterhuishouding en nog oudere cultuurhistorische relicten vormen de ingrediënten voor de nieuwe ontwerplaag. In nauwe samenwerking met betrokken partijen en specialisten op velerlei gebied is veel onderzocht en in het ontwerp geïntegreerd. Nieuwe lagen worden gelegd over het bestaande. Lagen die invulling geven aan de nieuwe kijk op inrichting van het landschap waarin veel waarde wordt gehecht aan duurzame stedenbouw, natuurbouw en verantwoord waterbeheer. Lagen ook die een antwoord zijn op de wensen die voortvloeien uit het nieuwe gebruik van Park Brederode. Samen maken alle lagen, oud en nieuw, een nieuw landschap waarin plaats is voor natuur, water en wonen.
-
(meer)

Groene Wiggen
-
2003 | Groene Wiggen Maastricht
-
Hoe zal de groenstructuur van Maastricht-West zich in de komende decennia gaan ontwikkelen? De stedelijke structuur van West bestaat uit scherven stad waartussen groene zones liggen, ook wel “groene wiggen”. Deze visie mikt op een duurzame ontwikkeling van de publieke ruimte van West voor de komende decennia en dient als vertrekpunt voor debat. Wat is de toekomstige betekenis van de groene wiggen binnen de stadsstructuur en wat is de potentiële identiteit van elke wig afzonderlijk? De groene wiggen zijn gescand op verschillende thema’s op basis waarvan positie en relaties van de verschillende wiggen duidelijk worden en elke wig een eigen identiteit heeft gekregen. Elke wig heeft een onderscheidend thema, dat verschillen in gebruik en inrichting oproept. Dit is vastgelegd in een matrix. Deze matrix is leidraad in discussies en inspraakprocessen en kapstok voor het maken van keuzes voor programma’s, ontwerpen, het bijstellen van beheersplannen en het herdefiniëren van de eigendomsverhoudingen.
-
(meer)

UvA Dak
-
2003 | UvA Dak Amsterdam Roeterseiland
-
Het UvA dak is een omsloten dakruimte in het centrum van Amsterdam. De dakconstructie laat geen belasting toe. Hoe kan deze ruimte in zeer korte tijd tot leven worden gebracht? Hoe kan het woonmilieu verbeteren? Met minimale middelen wordt het UvA dak omgevormd tot een inspirerend uitzicht voor de aangrenzende appartementen! het ontwerp Kern van het ontwerp zijn circa 25 draaibollen, voorzien van een dynamo en een lichtbron. Overdag reflecteren ze het zonlicht, s’nachts wordt het licht dat elke bol zelf produceert zichtbaar. Beweging en lichtintensiteit fluctueren mee met de wind. Elke bol is omlijst met lichtgevende cirkels.
-
(meer)

Masterplan Universiteit BX III
-
2003 | Masterplan Universiteit BX III Pessac Talence Bordeaux
-
De opzet van de huidige campus is verouderd, de aanwezige groene ruimte is betekenisloos. De nieuwe groene ruimte moet herkenbaar zijn. Een sociaal programma geeft het park structuur en levendigheid. Het park: bestaat uit drie typen gecultiveerd landschap: Het bos: een circelvormig wit bos gevormd om het amphitheater, een lommerrijke plek. De prairie: een ruig grasveld met verspreid solitaire bomen, vormt de overgang tussen het bos en het veld. Het veld: een vlak veld met verdiept liggend meer. Er staan geen bomen, geen lantarenpalen, er is niets dat de horizon verstoort. Eenheid wordt gevormd door de kleur wit. Alle planten bloeien met witte bloemen, de bomen, de struiken, de vaste planten, de bolletjes in het gras. Omdat een park ontstaat in de loop van de tijd is een matrix opgesteld waarin per landschapstype de beplanting, meubilair en kunstuitingen zijn vastgelegd. Door consequent de matrix te hanteren zal het park steeds sterker worden in zijn identiteit.
-
(meer)

Universiteitskwartier
-
2003 | UniversiteitskwartierHet vloeiende landschapEssen
-
Het landschapsplan voor het universiteitskwartier smeedt de geclusterde woongebouwen tot een eenheid en verankert het plan in haar omgeving. Het voormalige spoortracé wordt, met behoud van de karakteristieken van het spoorlandschap, getransformeerd tot een “spoorpad”, welke met zijn doorgaande karakter het plan in een grotere context plaatst. Tussen de clusters en in de plooien van het "vloeiende landschap" worden op informele wijze de benodigde voorzieningen opgenomen. De kleinschalige tuinsfeer binnen de clusters verhoogt het contrast met het grootschalige, groene landschap erbuiten.
-
(meer)

Asbestemmingen in de Nieuwe Ooster
-
2003 | Asbestemmingen in de Nieuwe Oosterde lijnen in de palm van je handAmsterdam
-
In de open plek in het bos, buiten de kroonprojectie van de bestaande bomen wordt een licht glooiend grondlichaam opgeworpen ingeplant met siergras. Zo ontstaat een bijzonder parkelement dat door de seizoenen verandert van fris groen tot goudgeel. Door het herstellen van belangrijke zichtlijnen in de omgeving kan de grondsculptuur vanaf grotere afstand worden ervaren. Over de grondsculptuur worden paden (lijnen) gemaaid van verschillende breedte, als een abstractie van “de lijnen in de palm van je hand”. Langs de paden worden de grafkelders en urnenkelders gesitueerd. Aan de uiteinden worden de paden gemarkeerd door zogenaamde “wachters”. Elk pad krijgt een eigen ruimtelijk karakter door haar ligging ten opzichte van het grondlichaam en de bomenrand.Tegenover een lange bank wordt op een stalen wand een tekst of gedicht aangebracht die per pad een thema kan bevatten, teksten die troost en hoop geven.
-
(meer)

Paris-Nord-Est
-
2003 | Paris-Nord-Est Parijs
-
Het gebied van 200 hectare aan de noordzijde van de stad Parijs wordt doorsneden met grootschalige infrastructuur. De Périphérique, het Canal St. Denis en het landschap van treinsporen naar Gare du Nord en Gare de l'Est bepalen het stedelijke landschap. Voorgesteld wordt de infrastructuur als centrale landschappen te ontwerpen, van achterkanten voorkanten te maken en programma toe te voegen op specifieke locaties. Een fijn netwerk van langzaamverkeersroutes verbinden de door de infralandschappen ingesloten ‘eilanden’.
-
(meer)

Stationsplein Amersfoort
-
2002 - 2004 | Stationsplein Amersfoort Amersfoort Mondriaanplein
-
Het ontwerp voor het stationsplein is gebaseerd op de combinatie van een optimale verkeersafwikkeling en het creëren van een beeldmerk voor deze zijde van het station. Het verkeer wordt afgewikkeld rond een centraal op het plein gesitueerd autonoom groen element. Met dit element, bestaande uit een opbollend grasvlak met bomen en bloembollen erin, krijgt het Stationsplein Noord, in contrast met het stationsplein aan de zuidzijde een groen karakter. De optimale verkeersafwikkeling voor de auto, bus en taxi in de vorm van een lus en een optimale fietsparkeervoorziening dicht bij de entree van het station heeft de hoofdvorm van het plein bepaald. In de centraal liggende autonome groene vorm is als het ware de ruimte voor het fietsparkeren uitgesneden. De fietsen worden hierdoor aan het beeld onttrokken terwijl ze direct bij de entree van het station zijn gesitueerd. Op deze wijze wordt tevens de toegang tot het fietsparkeren gecombineerd met de toegang tot de fietsparkeerkelder. De uitgesneden vorm biedt ruimte voor ca. 720 fietsparkeerplaatsen. De NS heeft standaardkapjes ontwikkeld, waarmee de fietsen overkapt worden. De kapjes zijn verhoogd, zodat vanaf de omringende ruimte onder de kapjes door gekeken kan worden. Zo blijft het overzicht over het plein behouden. Om het groene karakter van deze plek ook ‘s avonds te benadrukken worden de bomen van onderaf aangelicht met grondspots. Opdrachtgever NS Vastgoed Ontwikkeling BV Ontwerp DS Oppervlakte 1 ha. Start 2002 Uitgevoerd 2003-2004
-
(meer)

Koninklijk Instituut voor de Tropen
-
2002 | Koninklijk Instituut voor de Tropen Amsterdam-Oost
-
Dit gebouwencomplex van het KIT ligt aan de noordkant van het Oosterpark. De relatie met het park wordt door de herinrichting van het terrein opgefrist. Het hek staat niet langer op de fysieke parkgrens. De inrichting van de tuin hangt nauw samen met de architectuur van het gebouwencomplex: het oorspronkelijke gebouw, met de uitbreiding van het massieve symmetrische museum, voorzien van een laag terras. Rond de Aula liggen rechtlijnige perken, geinspireerd op de voormalige Oosterbegraafplaats al daar. Van het gewezen poortgebouw ligt een afdruk in de tuin. De tuinvelden hebben een bijzondere schaduwminnende beplanting.
-
(meer)

De Loodsen
-
2002 - 2003 | De Loodsen Amsterdam Oostelijke Handelskade
-
In deze stedelijke buitenruimte aan het IJ wordt het begrip stadsnatuur op een poëtische manier toegepast. De gevels en de daken van de woon/werkgebouwen en het parkeerdek worden optimaal benut voor de stadsnatuur en de beleving ervan. De hoogste daken zijn voorzien van kiezels en zijn ingericht voor waterretentie, zonnecollectie en fungeren tevens als rustige broedplaats voor meeuwen, sterns en scholeksters. De andere daken worden voorzien van een bosachtige heesterbeplanting en krijgen het karakter van een stedelijke binnentuin. Hier zullen allerlei insecten en kleine (stads)zangvogels een plaats vinden. Op het parkeerdek zullen door het toepassen van ratelpopulieren en fonteinen de verschillende weertypen een duidelijke stempel op de sfeer drukken.
-
(meer)

Staringplein Amsterdam
-
2002 - 2005 | Staringplein Amsterdam Amsterdam Staringplein
-
De introductie van een automatische ondergrondse parkeergarage van 60 plaatsen schept ruimte op het maaiveld. Een transparant, verfijnd vormgegeven entreehuisje en bijpassende trafo zijn de enige elementen òp het plein, ontworpen door Ignacio Beccar Varela i.s.m. DS. Een eenvoudige, licht bollende grasvloer met boomgroepen op de koppen zorgt voor veel vrije ruimte, rust en identiteit. Vanuit de omliggende straten is het opbollende gras sterk aanwezig in het beeld, de boomgroepen versterken dit effect vanwege de strategische plaatsing binnen het profiel van de wegen. Door het gebruik van hoogwaardige materialen als natuursteen en gebakken klinkers zal het plein ook in de toekomst zijn functie als ‘plein voor de buurt’ blijven vervullen.
-
(meer)

Terreininrichting RWZI
-
2002 - 2006 | Terreininrichting RWZIWaterzuivering in werklandschapAmsterdam Australiëhavenweg
-
Het ontwerp van het terrein van de RWZI benadrukt het industriële karakter van dit 1 kilometer lange werklandschap en maakt een stoer beeld met een rijke natuur. De nieuwe Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), naar een ontwerp van Architectuurstudio HH, in het Amsterdamse Westelijk Havengebied is een machine; een gigantische nier die het water van Amsterdam zuivert. Van binnen is de werking van de machine zichtbaar. Van buiten is de machine omgeven door een robuuste rand van donkergroene dennen en grijze duindoorns en vlinderstruiken, die met de witte zuiveringtanks een sterk landschap maken. De beplanting sluit aan bij de duinen, metafoor voor het zuiverende landschap. De duinen waar het water van de stad Amsterdam al vele jaren wordt voorgezuiverd. De cirkel van gebruik en zuivering van water is gesloten. Natuur en machine vullen elkaar aan. De centrale as van het terrein is een asfaltweg. Aan weerszijden hiervan staan de zuiveringstanks. De rest van het terrein is bedekt met kalksteen, variërend van 2,5 ton zware keien tot split van 5 mm. Het hek rond het terrein is teruggeplaatst ten opzichte van de eigendomsgrens, waardoor aan beide zijden ruimte voor landschap is, het hek verdwijnt. Het grote, ontoegankelijk terrein van de RWZI draagt sterk bij aan de natuur in het westelijk havengebied. De dichte bosschages, open gebieden met steenslag en een groot aantal amfibieënpoelen zorgen voor een gradiëntrijk milieu, waar met name kleine zoogdieren, vogels, insecten en amfibieën een geschikte biotoop vinden. De wintergroene dennen, deels aangeplant als grote boom, geven voedsel en beschutting. De duindoorns zorgen voor een stevige, nagenoeg ondoordringbare omlijsting, een veilige en voedselrijke leefomgeving. De Vlinderstuiken trekken vlinders en bijen aan en bieden een bloeiend en boeiend spektakel, eldorado voor insecten. Tussen het kalksteen heeft zich een gevarieerde kruidenvegetatie ontwikkeld, waarmee niet alleen de visuele waarde, maar zeker ook de ecologische potentie van het terrein verder wordt versterkt.
-
(meer)

Verlengde Australiëweg
-
2002 | Verlengde Australiëweg Zoetermeer
-
De Verlengde Australiëweg maakt deel uit van de recreatieve leisure-route van kust naar bos (Noordzee-Bentwoud), en wordt de nieuwe oostentree van Zoetermeer. Het concept is daarom gebaseerd op het ‘cruisen’: continuïteit in lengte- en dwarsprofiel en variatie in de uitzichten. Daarnaast maakt een sterk, visueel interessant beeldmerk de nieuwe entree van de stad herkenbaar en verschaft haar identiteit: op de taluds van de kunstwerken en geluidwerende voorzieningen lopen “gestolde hoogtelijnen”. In het voorbijgaan treedt een optisch effect op waarin sommige lijnen doorgaan waar anderen ophouden. Hierdoor worden hoogteverschillen leesbaar; zon en schaduw, regen en sneeuw veranderen het wegbeeld gedurende de dag; kunstwerken staan niet langer los maar versmelten met het totale landschap. Waar nodig wordt op de groene voet van de ‘gestolde hoogtelijnen’ een halftransparant geluidsscherm geplaatst. De geluidswerende functie van het scherm wordt op termijn overgenomen door de nog te ontwikkelen bedrijfsbebouwing langs de weg. Mede door het toevoegen van een parallelle ontsluiting en laanbeplanting zal de weg zich in de toekomst ontwikkelen tot een parkboulevard met allure, die haar functie als nieuwe oostentree van Zoetermeer waar kan maken.
-
(meer)

Pont de Sèvres, Paris
-
2001 | Pont de Sèvres, Paris Parijs
-
Voorstel voor de herinrichting van de terreinen Renault en de wijk Pont de Sèvres in Parijs
-
(meer)

Van Nelle Ontwerpfabriek
-
2001 | Van Nelle OntwerpfabriekRuimte voor een monumentRotterdam
-
De Van Nelle Ontwerpfabriek wordt een bedrijfsverzamelgebouw voor ontwerpbureaus. De voormalige fabriek van koffie, thee en tabak verliest daarbij zijn industriële functie. Het industriële karakter blijft evenwel zoveel mogelijk gehandhaafd. De buitenruimte wordt ingericht in nauwe samenhang met de monumentale fabriek. Door de sobere, heldere inrichting is het terrein in balans met het fabriekscomplex. Het terrein heeft een warme, groene uitstraling als tegenhanger van de koele, zakelijke fabrieksgebouwen. Over het terrein verspreid zijn plekken geprojecteerd als aanjager van activiteiten. Kleine (groen)elementen vormen incidentele kleuraccenten. Het terrein bestaat voor het overgrote deel uit gras met bomen. In het gras groeien, in voor- en najaar verschillende soorten bollen. De achterzijde van het terrein wordt gevormd door een rand bosplantsoen met kruidachtige onderbegroeiing. Bij de entree is een geheel digitaal paviljoen geprojecteerd als het beeldmerk van de Ontwerpfabriek. Dit paviljoen vormt een interactief communicatiemiddel tussen gebruikers en bezoekers van de Fabriek. De representatieve fabriekstuin wordt een plaats waar medewerkers van de bedrijven en hun gasten kunnen verpozen. Op het terras van het Ketelhuis kan men de lunch gebruiken onderwijl genietend van de geurende kruiden groeiend in de als zitelement vormgegeven plantenbakken. Op de plaats waar Mien Ruys rond 1950 haar border liet planten wordt een in haar geest ontworpen groenelement aangeplant. Het grote parkeerterrein bij de achterentree is voorzien van blauwe belijning. Dit transformeert een ‘gewoon’ parkeerterrein in een verhard vlak met een aparte uitstraling. Langs het parkeerterrein garandeert een deels van glas voorziene kas een droge wandeling van auto naar werkplek. De kas is begroeid met blauwe regen en druiven. In de droogloop zijn aansluitingen voor elektriciteit en water opgenomen zodat hier in de langs de droogloop gelegen sport- en leisurezone (kleinschalige) evenementen als bedrijfstennis- en golftoernooien kunnen worden georganiseerd. Evenwijdig aan de droogloop is, over de volle lengte van het parkeerterrein, een door hagen in verschillende hoogten omzoomde vlinderplantenborder ontworpen.
-
(meer)

Westerkaap
-
2001 - 2009 | Westerkaapde besloten sfeer van de binnencoursAmsterdam Westerdok
-
Westerdokseiland is een stadsuitbreiding met een dichtheid van 120 woningen per hectare. De bebouwing is geplaatst rond de binnenhoven. Per blok is een ontwikkelcombinatie met een coordinerend architect aan het werk gegaan. De architect ging op zijn beurt de samenwerking aan met andere architecten en een landschapsarchitect. Westerkaap bestaat uit twee gebouwen die tot stand zijn gebracht door DKV architecten, Baneke van der Hoeven architecten en awg architecten. Voor het ontwerp van de drie binnenhoven is DS ingeschakeld. De weidsheid van het IJ en de besloten sfeer van de binnencours vormen een groot contrast. De afmetingen zijn ruim genoeg om de bewoners bij elkaar te brengen maar ook beschut en aantrekkelijk genoeg om er te spelen of een boek te lezen. De drie cours hebben elk een eigen karakter: de stenen cour, de houten cour en de groene cour. Voor de gevels zijn materialen toegepast die aansluiten bij deze verschillende karakters. De kleinste cour is de stenen cour, ze is hard van buiten en zacht van binnen. De vloer is zeer aanwezig met haar koele, grijze natuursteen en in de verhoogde plantenbak ligt grind. Contrasterend hiermee is een flink bos van ruige bamboe (Phyllostachus nigra Henonis) geplant waarin de kinderen (straks) helemaal weg kunnen kruipen. De houten cour heeft een warm karakter doordat het hard gevormd wordt door een brede houten vloer, die op zich weer is uitgehold. Rondom de houten vlonder ligt een in kleur en sfeer passende roestkleurige stenen vloer. De toefjes siergrassen en de Japanse Esdoorn leveren een verfijnde en sierlijke seizoensbeleving. Deze cour wordt gebruikt voor feestjes en officiele bijeenkomsten. Het is bij kinderen ook favoriet. De groene cour oogt als een tuin. Op de vloer liggen natuurstenen flagstones. In de vloer schieten ijle bamboes met gele stammen (Phyllostachus vivax Aureocaulis) op. De gevels zijn bekleed met gele bamboestokken waartegen een keur aan klimplanten omhoog kruipt. Deze cour is de grootste met de meest bijzondere en ruime gevelcompositie. Wellicht daardoor kan het geluid goed weg en hangt hier een serene stilte die past bij het zachte tuinkarakter.
-
(meer)

Belval-ouest
-
2001 | Belval-ouest Belval-Ouest
-
Het stedebouwkundige plan voor herinrichting van de terreinen van Belval-West hecht zich aan de landschappelijke, industriele en verstedelijkte fragmenten in en rond het plangebied. De potenties van de plek zijn: - het terrein is gevarieerd en rijk aan contrasten, naast elkaar liggen plekken met een klassieke natuurlijke uitstraling en verwilderde industrieterreinen, natuurlijke rivierloopjes en gekanaliseerde stroompjes. - De kleinschalige bebouwingslinten die meeglooien in het landschap liggen direct naast het grote massieve industriele complex op een geegaliseerd stuk terrein. - Het dichte spoorwegennetwerk werkt zowel verbindend als op sommigeplekken begrenzend. Een netwerk dat zich voegt naar het natuurlijke en artificiele relief van het industrieterrein en haar directe omgeving. - Het grote industriele plateau dat omringd wordt door lieflijk glooiend landschap. - De grens tussen Frankrijk en Luxemburg, die landschappelijk de scheiding is tussen ruimte en verstedelijkt gebied, ruimtelijk zich uitdrukt in het spoortrace, en politiek betekenis verliest inde europese context. Een gebied ook waar veel grensoverschrijdende activiteiten zijn, welke door het vervagen van de grenzen een betere sociaal-economische toekomst heeft. Het landschapsontwerp Het landschap wordt omgevormd naar een wild en extensief te gebruiken deel en een meer gecultiveerd deel dat bestand is tegen intensief gebruik. Vlinderpark: het hoogste terreindeel blijft open en biedt de bezoeker zicht op de omgeving. De grond wordt getekend door de oude spoorrails. Toegevoegd wordt een toplaag van rood spit waardoor het een eigenzinnigheid krijgt en droge groeiomstandigheden ontstaan waarin Robinia Pseudoacacia, Budleya davidii, Citisis scoparius en Verbascum nigrum worden aangeplant. De gouden vallei: De beekloop is rijk aan klei. Hier ontwikkelt een dicht bos met een fraaie beekloop, dat uitmondt in de waterbassins in het waterpark. Het bos bestaan uit Carpinus Betulus, Quercus robur, Prunus avium, Juglans nigra met een kruidlaag van Polygonatum multiflorum en Aconitum fulparia/naellus. De paden kruisen de beek ter plekke van dammetjes, die het water stagneren en poelen zijn voor interessante ecologische diversiteit. Het heuvelpark: Door het opnieuw moduleren van de afvalbergen wordt een attractie voor diverse vormen van buitensport gemaakt. De heuvels worden afgedekt met rood split op een kleilaag. Een netwerk van paden loopt over de hellingen en door tunnels. De hellingen worden langzaam bezet door een pioniersvegetatie van Betula pendula en Robinia pseudoacacia. Het waterpark: De voormalige industriele waterbassins worden een attractie voor watergebonden sporten, recreatieve bezigheden en een visrestaurant. Het programma concentreert zich rond de dijk temidden van de bassins. De buitenranden krijgen een natuurlijke ontwikkeling met soorten als Phragnites australis, Nimphaea alba, Typha angustifolia en Ranunculus aquaticus. In het midden ligt een visrestaurant in een meer gecultiveerde omgeving.
-
(meer)

Waterplein Almere
-
2000 - 2004 | Waterplein Almereeen golvend oppervlakAlmere
-
In het hart van het uitgangscentrum ligt het Schipperplein (waterplein). Het is een door restaurants omsloten tuin met een golvend vlak en bomendak. Het wordt door sfeerverlichting in verschillende stemmingen gebracht, van zacht en kwetsbaar tot hard en stoer. In het golvende pleinvlak ligt een waterbaan die in de winter kunstijsbaan is.
-
(meer)

Waterfront West Almere
-
2000 - 2004 | Waterfront West AlmereOpenbare ruimte aan het weerwaterAlmere
-
De gebouwen aan het waterfront staan losjes in de openbare ruimte. Zon, wind en regen krijgen vrij spel, het is één groot plein van natuursteen met een grote houten bank als sculptuur. Alleen de losstaande woongebouwen aan de rand van het water staan met hun voeten aan een parkfragment. Beschutte openbare ruimte aan het Weerwater is een verdieping lager te vinden, in de Moerastuin (ontwerp P.Blaisse, Inside Outside) en het Schipperplein (ontwerp DS, Waterplein).
-
(meer)

Rotterdam CS - schetsboek O.R.
-
2000 | Rotterdam CS - schetsboek O.R. Rotterdam CS
-
Samenwerking Alsop & Störmer architecten, DS+V gemeente Rotterdam, projectleiding: Maike van Stiphout In een tijdsbestek van vier maanden is gestudeerd op de concrete consequenties van het Masterplan voor het gebied rondom Rotterdam Centraal, van het bureau Alsop & Störmer, 30 augustus 2000. Het onderzoek werd verricht door een gecombineerd designteam, waaronder DS. Sfeertypologie was een leidend thema, dat op complexe wijze verbonden bleek met de inrichting, de morfologie en de materialen- maar ook met de verkeersafwikkeling binnen en gebied en met de functies van aanpalende gebouwen. Het studiegebied werd opgedeeld in buurten, straten en pleinen met elk hun eigen sfeer. In dit opzicht is het project sterk verwant aan de studie van het Stationskwadrant Den Haag CS, gedaan door DS in december 2001. Rotterdam ontstond rond de Laurenskerk, tussen de twee waterlopen De Rotte en De Schie. Op de splitsing van de waterlopen en de Delftsepoort ontstond het oude Hofplein, nu nog herkenbaar als grootschalig stervormig knooppunt in de stad. Na de oorlog werd een wederopbouwgrid over de stad gelegd dat op sommige plaatsen conflicteert met de noordelijke organische opbouw van de stad. Latere aanpassingen maakten de breuk tussen het oude wegenpatroon van Noord Rotterdam en het centrum definitief. Het Stationsgebied is het sluitstuk van de wederopbouwplannen. De oplossing voor het oude Hofplein zou binnen de nieuwe ontwikkelingen van het Sationsgebied plaats kunnen hebben. Tussen het Weena en het spooremplacement ligt een achterstraat genaamd Delftsestraat. Binnen de nieuwe plannen dient zich de mogelijkheid aan deze straat te integreren in een volwaardige tweezijdige bebouwde straat, ter afronding van het grid, waardoor het Centraal Station direct aan het centrum komt te liggen. Niet de huidige stad, maar de stad over 15 jaar is uitgangspunt geweest van de planvorming. Een aantal, nu nog niet voorstelbare verbanden tussen de verschillende sfeergebieden komen zo aan het licht. Het nu perifere Hofplein komt centraal te liggen in de stad. Het Laurenskwartier wordt volwaardig deel van het centrum. De Rotte wordt herontdekt als stedelijke waterloop en de Laurenskerk wordt weer een centraal punt. Aan de kop van de Kruiskade verrijst hoogbouw en een potentieel uitgaansgebied. De culturele as begint en eindigt bij het Centraal Station, als kroon op de as. Het plan van Alsop voorziet in drie lagen van verkeersstromen: een ondergrondse overstapmachine, een informatief, open maaiveld en een stadsbalkon als onderdeel van de culturele route van Rotterdam op het dak. De Coolsingel wordt een volwaardigere boulevard. Een flaneerplek met ruimte voor grote evenementen en viering van de automobiliteit. Er komt een nieuwe route van Van Nelle fabriek tot aan de Maas, die de nieuwe Delftselaan in zich opneemt. Een kwaliteitsstraat met rustig verkeer en hoogwaardig groen, meanderend tot in de gebouwen, aansluitend op het Hofplein. Het gebied ten noorden van het Centraal Station wordt ontwikkeld als rustige woonbuurt. Veel groen en weinig drukke stedelijkheid.
-
(meer)

Scenario openbare ruimte
-
1999 - 2005 | Scenario openbare ruimteStadslandschap AlmereAlmere
-
Het stadshart is een samenhangend weefsel welke is verankerd, op fysieke èn op mentale wijze, in het Almeerse stadslandschap. Gekozen is voor een natuurstenen vloer voor het stadshart; een onverslijtbare en oeroude basis voor Almere! Daar tegenover staat constante verandering. Geanticipeerd is op het populair wordende programmeren voor specifieke doelgroepen door het opnemen van audiovisuele aansluitingen, geluid- en lichttechniek op de pleinen. Elke dag een nieuwe sfeer.
-
(meer)

'Achter ‘t Holthuis'
-
1999 - 2010 | 'Achter ‘t Holthuis'Een dorpsuitbreidingTwello
-
De dorpsuitbreiding van Twello ligt tegen de landgoederen Achter ’t Holthuis en Hackfort/Veenhuis aan. De uitbreiding is in cultuurhistorische zin aangegrepen om van de twee gescheiden landgoederen een groot landgoed te maken, inclusief het nieuwe woongebied. De sportvelden zijn wel uitgeplaatst maar de motorclub, de scouting, de postduivenvereniging, tafeltennisclub en het kassencomplex voor verstandelijk gehandicapten zijn ongewijzigd opgenomen in de plannen. Alle bestaande beplanting is opgenomen in de nieuwe beplantingsstructuur. De ruimtelijke compositie bestaat uit een hergebruik, verlenging en interpretatie van de lanen, bossen en open velden in de beide landgoederen. De bossen zijn in dit geval gevuld met huizen. Het geheel is zodanig verweven dat de eigendomsgrenzen van de afzonderlijke landgoederen pas in tweede instantie waarneembaar zijn. De uitbreiding van Twello grenst aan het dal van de Fliert, een kleine gekanaliseerde beekloop parallel aan de IJssel. Gaandeweg het project Achter ‘t Holthuis is de ambitie voor het Fliertdal uitgegroeid tot een heel herinrichtingsplan ten gunste van natuur en recreatie. Het plan is links ingehaald door de tijd. Bekeken wordt nu hoe de rechte begrenzing langs het dal landschappelijk interessanter gemaakt kan worden, de bereikbaarheid van de Fliert vanuit de landgoederen en het dorpshart beter kan worden gemaakt en de natuur aanpassingen veroorzaakt aan het bestaande plan. De studie sluit niet uit dat een woningbouwopgave deel van de oplossing kan zijn. De waterhuishouding van het plan is geheel ingebed in de ruimtelijke opzet. Het water van de wegen en de daken gaat via greppels naar de open velden. De openheid houdt stand door het simpele feit dat hier al het water wordt opgevangen en geïnfiltreerd. De open velden zijn ingericht voor de knoflookpad en kamsalamander, zwaar beschermde en kritische amfibiën; als zij er kunnen leven zijn de omstandigheden zo goed dat minder kritische soorten er zeker kunnen leven. De groenstructuur van de wijk heeft drie schaalniveaus. De wegen zijn lanen. De bossfeer wordt overeind gehouden door de bosstroken tussen de kavels, vooraf ingeplant en in beheer bij de gemeente. De grenzen van de eigendommen zijn de hagen rondom en de greppels aan de straatzijden. De openbare ruimte is helemaal uitgewerkt door DS in samenwerking met de gemeente. Voor de nieuwe bewoners is een bostuinbrochure gemaakt. Daarin staan ontwerpvoorbeelden en beplantingsvoorstellen waarmee de bosuitstraling kan worden gemaakt. Het doel is natuurlijk dat zodoende ook de tuinen mee helpen de bossfeer te maken. Elke koper krijgt een boom cadeau. In de kas voor verstandelijk gehandicapten zijn de planten te koop en op hun terrein zijn drie voorbeeldtuinen ingericht. De beeldkwaliteit van de individueel te bouwen woningen is vastgelegd met twee regels. De hoekwoningen moeten onder architectuur gebouwd worden en de kleur van de baksteen van alle woningen is donkerder dan die van de kerk van Twello. De vormgeving is vrij. Wonderlijk is wel dat de eerste zeven individueel uitgegeven kavels woningen hebben met exact dezelfde architectuurstijl! In het gebied zijn drie apartementencomplexen op strategische lokaties. Voor elk complex zijn spelregels opgezet en voor elk wordt in de vorm van een meervoudige opgave het beste voorstel geselecteerd en gebouwd. Het eerste fraaie complex van de architecte Vera Yanovshtchinsky is inmiddels gebouwd.
-
(meer)

Huize Steenwijk - Binnentuin
-
1999 - 2007 | Huize Steenwijk - BinnentuinEen omsloten leegte getransformeerd in een tuinVught
-
Huize Steenwijk is een eigentijds landgoed waarin respect voor historische ontwikkeling samengaat met de nieuwe functie, centrum voor bezinning. Het landgoed is onderverdeeld in drie zones: bos, park en tuin. De zones zijn onderling verschillend van karakter door verschuiving in gradatie van cultuur en natuur. Het programma is qua beeld en gebruiksintensiteit ondergeschikt gemaakt aan de sfeer van het landgoed. De binnentuin is getransformeerd in een tuin met vijver die zowel de tuin als zijn omgeving weerspiegelt. Het natuurstenen terras maakt de ruimte tot één geheel en biedt ruimte voor grotere gezelschappen. De nieuw geplaatste fruitboom geeft beschutting en is een nieuwe blikvanger. De vijver wordt geflankeerd door fijne lijnen van biezen en lisdoddes en drie lange banken. Het keukenterras wordt van de tuin afgescheiden door een transparant houten scherm. Langs het scherm groeit leifruit. Alle objecten zijn georiënteerd in de lengterichting, het zicht richting het landschap.
-
(meer)

Huize Steenwijk
-
1999 - 2001 | Huize SteenwijkCentrum voor bezinningVught
-
Huize Steenwijk is een eigentijds landgoed waarin respect voor historische ontwikkeling samengaat met de nieuwe functie, centrum voor bezinning. Het landgoed is onderverdeeld in drie zones: bos, park en tuin. De zones zijn onderling verschillend van karakter door verschuiving in gradatie van cultuur en natuur. Het programma is qua beeld en gebruiksintensiteit ondergeschikt gemaakt aan de sfeer van het landgoed. Rond de gebouwen domineren grassen en fruitbomen het beeld. Rust en stilte worden gevonden in park en bos waarin onder andere een begraafplaats is opgenomen. Park en bos verschillen in vormtaal en gebruik van exotische of meer inheemse beplanting. Het masterplan van bos en park wordt voor een groot deel door beheer gerealiseerd. De binnentuin is getransformeerd in een tuin met vijver die zowel de tuin als zijn omgeving weerspiegelt. (zie ook project: Huize Steenwijk - binnentuin)
-
(meer)

Poelgeest
-
1997 - 2007 | PoelgeestNatuur bij de StadOegstgeest
-
Op basis van het stedenbouwkundig plan van Kuiper Compagnons, is door DS een landschappelijk raamwerk gerealiseerd voor Poelgeest, een nieuwe woonwijk bij Oegstgeest. De plannen voor Poelgeest zijn gemaakt ten tijde van de eerste duurzaamheidsgolf die door plannenmakend Nederland ging. Poelgeest is een van de eerste pogingen in Nederland om natuur en waterzuivering te integreren in een stedelijke omgeving. In Poelgeest worden belangrijk ecologische functies gecombineerd met een bijzondere omgeving voor wonen, werken en recreëren. Het Zuidhollands Landschap en het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn vanaf het begin betrokken bij het planproces. Het plan voor Poelgeest verweeft stedelijke en landelijke structuren en creëert onderlinge afhankelijkheid en wederzijds voordeel. Met name bij de inrichting van de landelijke polders is er optimaal ingezet op duurzaamheid, vooral gericht op water en ecologie. Het overkoepelende thema is riet; riet zuivert het water, riet herbergt natuur en riet zorgt voor identiteit. Het landschap van Poelgeest sluit aan op de Kagerplassen. Hierdoor is een recreatieve, ecologische en landschappelijk link gelegd met een waardevol en bekend deel van het Groene Hart. De polders zijn onderdeel van een groter geheel en vormen een tegenhanger van het grootschalig woonlandschap dat Poelgeest omringd. Het snippertje landschap is weerbaar gemaakt. In Poelgeest is vooral de grote betrokkenheid van de bewoners, jong en oud, bij de natuur belangrijk. Dit heeft een positief effect op het denken over de duurzaamheid van de wijk en alles wat daarbij komt kijken. Het is bijna weer net als vroeger, kinderen in Poelgeest springen over slootjes en vangen kikkervisjes. Ze gaan de natuur in en halen een nat pak. Het ommetje begint en eindigt in de natuur, onderweg zie je grutto’s, tureluurs en watersnippen. Je ervaart de verandering van de seizoenen. In de zomer peddel je door de slootjes en ’s winters schaats je over het ijs. De nieuwbouwlocatie Poelgeest is verspreid over drie polders. Verreweg het grootste deel van de bebouwing ligt in de Broek- en Simontjespolder. Het areaal groen is hier relatief laag. In dit stedelijk gebied liggen drie grote groengebieden. De Spoorzone vormt de overgang van het landelijk naar het stedelijk gebied. In de Hoogspanningszone ligt een zeer extensief beheerde strook natuurlijk grasland met brede sloten en rietkragen. Het Park ligt centraal in de wijk en bestaat uit twee delen: een hooggelegen Bastion en een groot Veld omzoomd door rietkragen. De eeuwenoude poldertjes Veerpolder en Klaas Hennepoelpolder hebben als hoofdfunctie waterberging, waterzuivering en natuurontwikkeling, daarnaast bieden de polders ruimte voor extensieve recreatie, educatie en wonen. Langs de boezemkades worden knot-essen aangeplant. Zij vormen een groene vitrage die de omringende stad terugdrukt in het beeld rond de polders. De Polders zijn opgebouwd uit rietlanden met brede sloten. De bestaande, historische structuur blijft gehandhaafd. De sloten worden alleen verbreed en zonodig, opnieuw, verbonden. Langs de randen van de Veerpolder ontstaat op hoger gelegen plekken moerasbos in de vorm van elzenbroek. Het moerasbos vormt geen gesloten front maar laat zicht vrij op het omringende landschap. Het waterniveau in de polders wordt verhoogd tot ongeveer het maaiveld, ideaal voor de ontwikkeling van rietland. Het ontstaan van nieuwe rietlanden is in ecologisch opzicht zeer waardevol. De rietlanden en rietoevers in de polders zuiveren het water uit het stedelijk gebied op natuurlijke wijze. Een deel van de Klaas Hennepoelpolder is daarnaast ingericht als helofytenfilter. Als symbool van de cyclische gang van het water, metafoor van de cyclische natuur, is door de kunstenaar Hanshan Roebers een Waterrad gebouwd op de plek waar het gezuiverde water uit de polders terugstroomt in het stedelijk gebied. Door de instelling van flexibele waterpeilen in de Veerpolder kunnen grote pieken in wateraanvoer eenvoudig worden geborgen. Door de grote buffercapaciteit is het onder normale omstandigheden ook niet nodig gebiedsvreemd water uit de boezem in te laten, hiermee is een constante waterkwaliteit gegarandeerd. De permanent hoge grondwaterstand in beide polders zorgt voor minimale verdroging van de veengrond waardoor co2-emissie wordt voorkomen. Dreigende verzilting van het grondwater wordt teruggedrongen door de grotere zoetwaterkolom. Het eigendom van de Veerpolder en de Klaas Hennepoelpolder is nu in handen van het Zuid-Hollands Landschap. Het zhl is een belangrijke gesprekspartner als het gaat om de ontwikkeling en behoud van deze unieke leefomgeving. De bewoners zetten zich actief in bij het beheer. Op de jaarlijkse essen-knotdag zorgen de Poelgeesters voor het knotten van de essen langs de kades.
-
(meer)

Tilla Durieux Park
-
1993 - 2003 | Tilla Durieux ParkZwei Parks am Potsdamer PlatzBerlijn Potsdamer Platz
-
In 1995 werd een internationale competitie georganiseerd voor het ontwerp van twee parken bij de Potsdamer Platz, het derde nieuwe centrum van Berlijn centrum. DS won de competitie en heeft het ontwerp verder uitgewerkt. In juni 2003 werd het Tilla-Durieux-Park geopend. Het park is een 450 meter lange grassculptuur, draaiend om zijn as. Eén grote, maar eenvoudige ingreep brengt de ruimte tot leven: de lange grasmat verheft zich flink boven het maaiveld. In elk seizoen heeft het park andere stemmingen, sneeuwwitte sculptuur in de winter, mistige weide in de herfst en een bloeiende vlakte in de lente. Het karakter van het park verandert al wandelend van een besloten ruimte naast het hoge gedeelte, tot weids, naast het vlakke deel.De grassculptuur nodigt uit om te spelen en luieren. Op het punt waar het gras in tweeën is gesneden dicteren zeven grote wippen het gebruik. Ze laten de mensen kantelen met het grasveld.
-
(meer)

Henriëtte Hertz Park
-
1993 - 2002 | Henriëtte Hertz ParkStadspark BerlijnBerlijn Potsdamer Platz
-
In 2002 werd het Henriette-Herz-Park geopend. Het park is een samenwerkingsproject van beeldend kunstenaar S. Koren en DS. Het project symboliseert "gebroken aarde", het “breken en samengaan” van een volk, een land, Oost en West, de stad Berlijn, de Potsdamer Platz. De in vieren gebroken grasmat schuift van het opbollend vlak af. De scheuren zijn paden met granieten keerwanden. Op het hoogste punt van het park ontvouwt zich een panorama dat zich uitstrekt van Tiergarten tot Potsdamer Platz.
-
(meer)







































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































